Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201402556/1/V1

Uitspraak 201402556/1/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:3817
Datum uitspraak
16 oktober 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 december 2012 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Dit besluit is aangehecht.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201402556/1/V1.
Datum uitspraak: 16 oktober 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van:

1. [de vreemdeling],
2. de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 27 februari 2014 in zaak nr. 13/254 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 7 december 2012 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 27 februari 2014 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend en tevens incidenteel hoger beroep ingesteld. Het incidenteel hogerberoepschrift is aangehecht.

De vreemdeling en de staatssecretaris hebben ieder een nader stuk ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ambtshalve wordt het volgende overwogen.

2. Aan het tegen de vreemdeling uitgevaardigde inreisverbod zijn de in artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) bedoelde rechtsgevolgen verbonden.

Uit de uitspraak van de Afdeling van 9 juli 2013 in zaken nrs. 201204559/1/V1 en 201207753/1/V1 volgt dat de vreemdeling geen belang had bij de beoordeling van het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag. Dat, zoals de rechtbank van belang heeft geacht, de staatssecretaris een inreisverbod ambtshalve kan opheffen, is in dit verband niet relevant, nu uit r.o. 4.2 van de uitspraak van de Afdeling van 18 februari 2014 in zaken nrs. 201304257/1/V1 en 201308529/1/V1 volgt dat, in een situatie als thans aan de orde, de rechterlijke toetsing of een vreemdeling aan de vereisten voor verlening van een verblijfsvergunning voldoet, slechts plaatsvindt in het kader van een beroep tegen een zwaar inreisverbod. Zoals voorts volgt uit r.o. 4.3 van die uitspraak kan, anders dan de rechtbank heeft overwogen, evenmin een belang van de vreemdeling bij de beoordeling van het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag worden afgeleid uit punt 49 van het arrest van het Hof van Justitie van 30 mei 2013, Arslan, nr. C-534/11 (ECLI:EU:C:2013:343).

Gelet op het voorgaande had de rechtbank het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de asielaanvraag niet-ontvankelijk moeten verklaren. Het hoger beroep van de vreemdeling is in zoverre reeds daarom kennelijk gegrond.

3. Uit voormelde uitspraak van 9 juli 2013 volgt dat hetgeen de vreemdeling in het hogerberoepschrift aanvoert over de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, moet worden beoordeeld alsof hij dit in het kader van een hoger beroep over het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod naar voren brengt.

4. Hetgeen door de vreemdeling in hoger beroep is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.

5. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voor zover de rechtbank het beroep van de vreemdeling, gericht tegen de afwijzing van de asielaanvraag, ongegrond heeft verklaard, en voor het overige te worden bevestigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal dat beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

6. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris geen belang meer bij een beoordeling van het incidenteel hoger beroep, zodat het niet-ontvankelijk is.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep van de vreemdeling gegrond;

II. verklaart het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie niet-ontvankelijk;

III. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 27 februari 2014 in zaak nr. 13/254, voor zover hierin het beroep van de vreemdeling, gericht tegen de afwijzing van een aanvraag om hem een asielvergunning voor bepaalde tijd te verlenen, ongegrond is verklaard;

IV. verklaart dat beroep niet-ontvankelijk;

V. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2014

412-762.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon