Uitspraak 201306171/4/R2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2014:4795
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2014
- Inhoudsindicatie
- Bij brief van 19 september 2014, ingekomen bij de Raad van State op 23 september 2014, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. D.A.C. Slump en mr. R. Uylenburg (hierna: de staatsraden) als voorzitter respectievelijk lid van de meervoudige kamer van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 201306171/1/R2.
- Wraking
- RO - Zeeland
Toon inhoud
201306171/4/R2
Datum beslissing: 10 oktober 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats], gemeente Noord-Beveland,
verzoeker,
om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
Procesverloop
Bij brief van 19 september 2014, ingekomen bij de Raad van State op 23 september 2014, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. D.A.C. Slump en mr. R. Uylenburg (hierna: de staatsraden) als voorzitter respectievelijk lid van de meervoudige kamer van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 201306171/1/R2.
De staatsraden hebben niet in de wraking berust.
De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 3 oktober 2014 ter zitting behandeld, waar [verzoeker] is gehoord.
De staatsraden hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.
Overwegingen
1. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Aan het verzoek om wraking heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd dat een aantal gronden die hij in zijn beroepschrift naar voren heeft gebracht, onder meer de beroepsgrond dat sprake is van onbehoorlijk bestuur en vooringenomenheid van het gemeentebestuur, ter zitting niet dan wel onvoldoende zijn behandeld. Hij stelt dat één van de staatsraden tijdens de zitting had toegezegd dat deze gronden aan de orde zouden komen, maar dat deze toezegging niet is nagekomen. Volgens [verzoeker] hebben de staatsraden deze gronden bewust niet aan de orde gesteld. [verzoeker] stelt dat de staatsraden gelet op het voorgaande de schijn van partijdigheid hebben gewekt.
3. Als maatstaf geldt dat de staatsraden uit hoofde van hun aanstelling worden verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan [verzoeker] is om aannemelijk te maken dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen.
4. Het accent van het onderzoek ter zitting ligt op het beantwoorden door partijen van bij de Afdeling levende vragen over de feiten en geschilpunten. Daarnaast worden partijen in eerste en tweede termijn in de gelegenheid gesteld om hun standpunten toe te lichten.
Uit de aantekeningen van de zitting komt naar voren dat [verzoeker] de gelegenheid heeft gehad zijn argumenten ter zitting naar voren te brengen, maar hij van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt. Mede gelet op het vorenstaande kan in het betoog van [verzoeker] dat de staatsraden naar zijn indruk een aantal door hem schriftelijk naar voren gebrachte gronden tijdens de zitting niet aan de orde hebben gesteld, geen aanknopingspunt worden gevonden voor het oordeel dat de staatsraden zijn beroep ter zitting hebben behandeld op een wijze die blijk geeft van vooringenomenheid, dan wel aanleiding geeft voor de objectief gerechtvaardigde vrees dat de staatsraden het door hem ingestelde beroep in de zaak nr. 201306171/1/R2 niet met de vereiste onpartijdigheid zullen beoordelen.
Overigens betekent het feit dat over de door [verzoeker] schriftelijk ingebrachte gronden ter zitting geen vragen zijn gesteld niet dat die gronden niet bij het eindoordeel van de Afdeling zullen worden betrokken.
5. Het verzoek dient te worden afgewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.I. Slagt, griffier.
w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Slagt
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2014
618.