Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201400220/1/A2

Uitspraak 201400220/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:3426
Datum uitspraak
17 september 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 november 2012 heeft de CSG een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: het fonds) afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201400220/1/A2.
Datum uitspraak: 17 september 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 december 2013 in zaak nr. 13/1658 in het geding tussen:

[appellant]

en

de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: CSG).

Procesverloop

Bij besluit van 16 november 2012 heeft de CSG een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: het fonds) afgewezen.

Bij besluit van 5 maart 2013 heeft de CSG het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 5 december 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Een afschrift van het proces-verbaal is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De CSG heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Nadat partijen bij brieven van 28 mei 2014 en 4 juni 2014 daartoe toestemming als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht hebben verleend, heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven kunnen uit het fonds uitkeringen worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.

2. [appellant] heeft op 13 juli 2012 bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het fonds. Hij heeft in de aanvraag vermeld dat hij op 22 april 2012 slachtoffer is geworden van een mishandeling en ten gevolge daarvan lichamelijke en psychische klachten heeft.

De CSG heeft aan de in bezwaar gehandhaafde afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat [appellant] niet met objectieve gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat hij ernstig lichamelijk en psychisch letsel heeft.

3. Het hoger beroep is uitsluitend gericht tegen het oordeel van de rechtbank over de gestelde psychische klachten.

4. [appellant] betoogt tevergeefs dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de CSG zich op het standpunt mocht stellen dat hij het gestelde ernstig psychisch letsel niet met concrete bewijzen heeft gestaafd. [appellant] heeft geen medische informatie van een psycholoog of psychotherapeut overgelegd, terwijl dat wel op zijn weg lag. De stelling dat hij angst heeft om weer slachtoffer van een geweldsmisdrijf te worden en dat zijn huisarts hem heeft doorverwezen naar een psycholoog of psychotherapeut, is onvoldoende om tot de conclusie te komen dat hij ernstig psychisch letsel heeft. De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat de CSG in redelijkheid de gevraagde uitkering heeft kunnen weigeren. De CSG heeft ook in hoger beroep erop gewezen dat [appellant] opnieuw een aanvraag kan indienen, indien hij een verklaring van een gekwalificeerd psycholoog of psychotherapeut kan overleggen.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Wieland, griffier.

w.g. Van Ettekoven w.g. Wieland
lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2014

609.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon