Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201307905/1/A3

Uitspraak 201307905/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:3187
Datum uitspraak
27 augustus 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 augustus 2012 heeft het college een aanvraag van [appellante] om haar een urgentieverklaring te verlenen afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201307905/1/A3.
Datum uitspraak: 27 augustus 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 15 juli 2013 in zaak nr. 13/1156 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.

Procesverloop

Bij besluit van 27 augustus 2012 heeft het college een aanvraag van [appellante] om haar een urgentieverklaring te verlenen afgewezen.

Bij besluit van 18 januari 2013 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 juli 2013 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 11 juni 2014.

Overwegingen

1. Bij brief van 10 juni 2014 heeft het college de Afdeling meegedeeld dat [appellante] zelfstandige woonruimte toegewezen heeft gekregen en haar inschrijving als woningzoekende is doorgehaald. Het college betoogt dat hierdoor het belang aan het hoger beroep is komen te ontvallen.

Desverzocht heeft [appellante] de Afdeling bij brief van 26 juni 2014 meegedeeld dat de rechtbank het besluit van 18 januari 2013 niet op juiste wijze heeft getoetst, nu zij geen oordeel heeft gegeven over de vraag wat in de Regionale Huisvestingsverordening Bestuur Regio Utrecht wordt verstaan onder een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte en dit rechtsonzekerheid voor de burger met zich brengt. De mogelijkheid dat het hoger beroep gegrond wordt verklaard en alsnog een urgentieverklaring wordt verleend zodat zij kan terugkeren naar de gemeente Utrecht is nog steeds aanwezig, aldus [appellante].

2. Een urgentieverklaring geeft voorrang bij het reageren op het reguliere woningaanbod in de regio Utrecht, waaronder - maar dus niet uitsluitend - het woningaanbod in de gemeente Utrecht. [appellante] heeft de aan haar in de regio Utrecht toegewezen zelfstandige woonruimte geaccepteerd. Reeds hierom bestaat geen grond meer voor verlening van een urgentieverklaring en heeft zij geen belang meer bij verlening ervan. De enkele omstandigheid dat zij wil terugkeren naar de gemeente Utrecht maakt dit niet anders. Voorts is niet gebleken dat zij nog een rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 14 mei 2014 in zaak nr. 201307615/1/A3) is de bestuursrechter slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen over de uitleg van een regeling, uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan.

3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.

w.g. Michiels w.g. Beerse
lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2014

382-798.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon