Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201300732/2/A1

Uitspraak 201300732/2/A1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:611
Datum uitspraak
26 februari 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 januari 2011 heeft het dagelijks bestuur geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van een bijgebouw aan de zijgevel van het pand [locatie] te Rozenburg (hierna: het perceel).
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201300732/2/A1.
Datum uitspraak: 26 februari 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Rozenburg, deelgemeente Rozenburg,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 december 2012 in zaak nr. 11/5203 in het geding tussen:

[appellant]

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Rozenburg.

Procesverloop

Bij besluit van 4 januari 2011 heeft het dagelijks bestuur geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van een bijgebouw aan de zijgevel van het pand [locatie] te Rozenburg (hierna: het perceel).

Bij besluit van 18 oktober 2011 heeft het dagelijks bestuur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 4 januari 2011, onder aanvulling van de gronden van dat besluit (lees: de motivering), gehandhaafd.

Bij uitspraak van 13 december 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 oktober 2011 vernietigd en de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 september 2013, waar [appellant], bijgestaan door mr. J. Hobo, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. A.J.J. van der Vlist, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 20 november 2013, zaaknr. 201300732/1/A1 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling het dagelijks bestuur opgedragen om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak het besluit op bezwaar van 18 oktober 2011 te herstellen met inachtneming van de tussenuitspraak. De Afdeling heeft het dagelijks bestuur voorts opgedragen haar de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 16 december 2013 heeft het dagelijks bestuur, opnieuw beslissend op het bezwaar van [appellant], hem alsnog omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van het bijgebouw.

Bij brief van 6 februari 2014 heeft de Afdeling bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft en tevens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. In de tussenuitspraak is overwogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het op het perceel aanwezige bijgebouw in strijd is met het bestemmingsplan. Voorts is overwogen dat het besluit van 4 januari 2011, dat bij besluit van 18 oktober 2011 in stand is gelaten, leidt tot een onaanvaardbare belemmering van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Het dagelijks bestuur is vervolgens opgedragen om uiterlijk 18 december 2013 de geconstateerde gebreken te herstellen. Daartoe wordt verwezen naar de tussenuitspraak.

2. Ter uitvoering van de opdracht van de Afdeling heeft het dagelijks bestuur het besluit van 16 december 2013 genomen. Dit besluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) gelezen in verbinding met artikel 6:24 van de Awb mede onderwerp van dit geding.

3. [appellant] heeft in zijn zienswijze te kennen gegeven dat hij zich met het besluit van 16 december 2013 kan verenigen. Gelet hierop moet het van rechtswege ontstane beroep van [appellant] geacht te worden zijn ingetrokken. Tegen het besluit van 16 december 2013 is door derden geen beroep ingesteld.

4. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak is het hoger beroep van [appellant] gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 18 oktober 2011 alsnog gegrond verklaren. Dit besluit dient wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb te worden vernietigd. Het bezwaar tegen het besluit van 4 januari 2011 is gegrond. Dit besluit zal worden herroepen.

5. Het dagelijks bestuur dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten van [appellant] te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 december 2012 in zaak nr. 11/5203;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Rozenburg van 18 oktober 2011;

V. herroept het besluit van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Rozenburg van 4 januari 2011, kenmerk 24068/OMV.10.11.00157;

VI. veroordeelt het dagelijks bestuur van de deelgemeente Rozenburg tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.435,00 (zegge: tweeduizendvierhonderdvijfendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. gelast dat het dagelijks bestuur van de deelgemeente Rozenburg aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 384,00 (zegge: driehonderdvierentachtig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Van Driel
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2014

414-724.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon