Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201303654/1/A4

Uitspraak 201303654/1/A4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:2161
Datum uitspraak
27 november 2013
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 januari 2013 heeft het college zijn beslissing om op 10 januari 2013 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het door [appellante] in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag (hierna: de Afvalstoffenverordening) aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (in totaal € 119,00) voor rekening van [appellante] komen.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201303654/1/A4.
Datum uitspraak: 27 november 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend te Den Haag,

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 januari 2013 heeft het college zijn beslissing om op 10 januari 2013 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het door [appellante] in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag (hierna: de Afvalstoffenverordening) aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (in totaal € 119,00) voor rekening van [appellante] komen.

Bij besluit van 12 april 2013 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 september 2013, waar [appellante] en het college, vertegenwoordigd door mr. W.G.C. Wijsman, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 4, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening kan het college aanwijzen via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, is het de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, tweede lid, een inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via de betreffende inzamelvoorziening.

2. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een zak met huishoudelijke afvalstoffen die op 10 januari 2013 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: ORAC) ter hoogte van het Anna Blamanplein 124 te Den Haag. Omdat in de huisvuilzak een poststuk is aangetroffen met daarop de naam- en adresgegevens van [appellante], stelt het college zich op het standpunt dat de huisvuilzak van haar afkomstig is en dat zij deze in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening ter inzameling heeft aangeboden.

3. [appellante] betwist de juistheid van het rapport van de toezichthouder dat ten grondslag ligt aan het besluit van 28 januari 2013. Hiertoe voert zij aan dat het rapport ten onrechte vermeldt dat de huisvuilzak naast een ORAC met het kenmerk 11V01076 is aangetroffen. Volgens haar heeft geen van de ORAC’s aan het Anna Blamanplein dit kenmerk. Zij voert verder aan dat de precieze aard van het aangetroffen poststuk niet kan worden opgemaakt uit het rapport en de bijbehorende foto.

3.1. Dat het rapport het kenmerk van de ORAC onjuist vermeldt, maakt niet dat er aanleiding bestaat te twijfelen aan de juistheid van de verdere inhoud van het rapport. Op grond van het rapport is aannemelijk dat naast een ORAC ter hoogte van het Anna Blamanplein 124 een huisvuilzak is aangetroffen met daarin een poststuk met de naam- en adresgegevens van [appellante]. Uit de foto bij het rapport kan worden opgemaakt dat het een brief van de Belastingdienst betrof. Dat de precieze aard van de brief niet uit de foto blijkt, maakt niet dat het college zich niet op grond van het rapport en de foto op het standpunt mocht stellen dat de aangetroffen huisvuilzak herleidbaar is tot [appellante].

4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 1 juni 2005 in zaak nr. 200501068/1), zal in de regel mogen worden aangenomen dat de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. Dit geldt echter niet indien diegene aannemelijk maakt dat hij niet degene is geweest die het te handhaven voorschrift daadwerkelijk heeft geschonden.

5. [appellante] stelt dat zij niet degene is geweest die de huisvuilzak ter inzameling heeft aangeboden. Zij wijst er in dit verband op dat zij voor de inzameling van haar huisvuil gebruik kan maken van tegenover haar woning gelegen inzamelvoorzieningen, zodat het niet aannemelijk is dat zij een huisvuilzak zou aanbieden ter hoogte van het verder van haar woning gelegen Anna Blamanplein 124. Zij voert verder aan dat zij post met daarop haar naam- en adresgegevens altijd versnippert alvorens zij deze weggooit, zodat een ander verantwoordelijk moet zijn voor het weggooien van de voor haar bestemde brief van de Belastingdienst en het onjuist aanbieden van de huisvuilzak.

5.1. De woning van [appellante] is op ongeveer 100 m gelegen van de plek waar de huisvuilzak is aangetroffen. Deze afstand is niet zodanig groot dat het daarom onaannemelijk is dat zij de huisvuilzak daar ter inzameling heeft aangeboden. Dat er inzamelvoorzieningen dichter bij haar woning zijn gelegen, maakt dit niet anders. Ook haar stelling dat zij post met daarop haar naam- en adresgegevens altijd versnippert alvorens zij deze weggooit, is niet voldoende om aannemelijk te achten dat zij niet degene is geweest die de huisvuilzak ter inzameling heeft aangeboden.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W. Sorgdrager, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van staat.

w.g. Sorgdrager w.g. Van Grinsven
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2013

462-792.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon