Uitspraak 201210108/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:3304
- Datum uitspraak
- 15 mei 2013
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 11 maart 2011 heeft de raad het Besluit digitale vervanging archiefbestanden Kadaster (hierna: het Vervangingsbesluit) bekendgemaakt.
- Vereenvoudigde behandeling
- Hoger Beroep - Overige
Toon inhoud
201210108/2/A3.
Datum uitspraak: 15 mei 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant] en anderen, wonend te Bennekom, gemeente Ede,
appellanten,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Utrecht van 12 september 2012 in zaken nrs. 12/453 en 12/880 in het geding tussen onder meer:
[appellant] en anderen
en
de raad van bestuur van het Kadaster.
Procesverloop
Bij besluit van 11 maart 2011 heeft de raad het Besluit digitale vervanging archiefbestanden Kadaster (hierna: het Vervangingsbesluit) bekendgemaakt.
Bij besluit van 3 januari 2012 heeft de raad het door [appellant] en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij mondelinge uitspraak van 12 september 2012 (waarvan het proces-verbaal is verzonden op 17 september 2012) heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd, het door [appellant] en anderen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen hoger beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang bij een besluit is betrokken.
2. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij geen belanghebbende zijn bij het Vervangingsbesluit. Dit betoog faalt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 29 augustus 2012 in zaak nr. 201109266/1/A3, blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1:2 van de Awb (Kamerstukken II 1988-1989, 21 221, nr. 3, blz. 32 e.v.) dat met de woorden 'wiens belang rechtstreeks is betrokken' een zekere begrenzing wordt beoogd. Een louter subjectief gevoel van betrokkenheid bij een besluit is, hoe sterk dat gevoel ook moge zijn, niet voldoende om te kunnen spreken van een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang. Maar ook een persoon die wellicht enig belang heeft, doch zich op dat punt niet onderscheidt van grote aantallen anderen, kan niet beschouwd worden als een persoon met een rechtstreeks betrokken belang. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het besluit.
Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank op juiste gronden geoordeeld dat het belang van [appellant] en anderen niet rechtstreeks bij het Vervangingsbesluit is betrokken. De rechtbank heeft in dit verband terecht overwogen dat het enkele feit dat [appellant] en anderen stellen dat zij de originele archiefbescheiden zeer vaak raadplegen, ontoereikend is voor het oordeel dat zij zich voldoende onderscheiden van anderen die ook die bescheiden raadplegen. Hoewel [appellant] en anderen enig belang niet kan worden ontzegd, onderscheiden zij zich met dat belang niet van grote aantallen anderen. De rechtbank heeft terecht het beroep van [appellant] en anderen gegrond verklaard en, zelf voorziend, het bezwaar van [appellant] en anderen niet-ontvankelijk verklaard.
3. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. J.A. Hagen en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van staat.
w.g. Borman w.g. Sparreboom
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb).
- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.
- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.
- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.
195.