Uitspraak 201209856/2/R1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:2823
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2013
- Inhoudsindicatie
- Het beroep van [appellante] richt zich tegen het besluit van de raad van 26 juni 2012, waarbij het bestemmingsplan "'t Zevenhuis" is vastgesteld.
- Mondelinge uitspraak
- RO - Noord-Holland
Toon inhoud
201209856/2/R1.
Datum uitspraak: 26 augustus 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellante], gevestigd te Alkmaar,
appellante,
en
de raad van de gemeente Hoorn,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 26 augustus 2013 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. W.D.M. van Diepenbeek voorzitter (vz.)
Staatsraad mr. M.A.A. Mondt-Schouten lid
Staatsraad drs. W.J. Deetman rapporteur (rapp.)
ambtenaar van staat: mr. J.S.S. Hupkes
Verschenen:
[appellante], vertegenwoordigd door mr. S. Maakal, advocaat te Heerenveen, en [partij].
De raad, vertegenwoordigd door G.R.M. Koopman, werkzaam bij de gemeente.
Voorts is ter zitting als partij gehoord het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, vertegenwoordigd door mr. J.A. Spee, advocaat te Den Haag, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Scholtens Projecten B.V en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in oprichting B.V. Exploitatiemaatschappij Zevenhuis, vertegenwoordigd door mr. W. de Vis, advocaat te Alkmaar.
Het beroep van [appellante] richt zich tegen het besluit van de raad van 26 juni 2012, waarbij het bestemmingsplan "'t Zevenhuis" is vastgesteld.
De Afdeling
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Daartoe overweegt zij het volgende.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 22 mei 2013 in zaak nr. 201209287/1/R1 kan onder meer degene wiens concurrentiebelang rechtstreeks bij een besluit is betrokken als belanghebbende worden aangemerkt. Slechts het voornemen om mogelijk in de toekomst binnen hetzelfde marktsegment en in hetzelfde verzorgingsgebied een project uit te voeren is evenwel onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een voldoende objectief bepaalbaar en actueel belang dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken.
Om als concurrent te kunnen worden aangemerkt bij het voorziene bedrijventerrein, dient [appellante] activiteiten te ontplooien binnen hetzelfde marktsegment en in hetzelfde verzorgingsgebied. Gelet op haar nader stuk van 9 augustus 2013 en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, heeft [appellante] plannen om haar gronden ten westen van het bedrijventerrein Distriport in de gemeente Koggenland als bedrijventerrein te ontwikkelen. Ter zitting is gebleken dat het op die gronden toepasselijke bestemmingsplan niet voorziet in een voor een bedrijventerrein toereikende bestemming maar in de bestemming "Agrarisch". De realisering van de plannen van [appellante] kan niet zonder besluitvorming van de betrokken gemeenteraad. De conclusie is dat [appellante] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zoals dit luidde ten tijde van belang, en dat zij daartegen ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, geen beroep kan instellen. Het beroep van [appellante] is niet-ontvankelijk.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Hupkes
voorzitter ambtenaar van staat
635.