Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201300379/1/A2

Uitspraak 201300379/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:758
Datum uitspraak
14 augustus 2013
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 september 2011 heeft het CBR een verzoek van [appellant] om vergoeding van schade ten gevolge van het ten onrechte ongeldig verklaren van een rijbewijs afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201300379/1/A2.
Datum uitspraak: 14 augustus 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 december 2012 in zaak nr. 12/684 in het geding tussen:

[appellant]

en

de stichting Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR).
Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2011 heeft het CBR een verzoek van [appellant] om vergoeding van schade ten gevolge van het ten onrechte ongeldig verklaren van een rijbewijs afgewezen.

Bij besluit van 19 januari 2012 heeft het het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 december 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het CBR heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Met toestemming van partijen heeft de Afdeling afgezien van behandeling van de zaak ter zitting en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. [appellant] heeft verzocht om vergoeding van schade ten gevolge van het ten onrechte ongeldig verklaren van zijn rijbewijs, waardoor hij in de periode 22 november 2010 tot 28 augustus 2011 geen inkomen als rijinstructeur heeft genoten.

2. Niet in geschil is dat het besluit van 15 november 2010, waarbij het rijbewijs van [appellant] ongeldig is verklaard, vernietigd is. Het CBR heeft het verzoek om vergoeding van ten gevolge van dat besluit door [appellant] geleden schade afgewezen, omdat het gestelde verlies aan inkomsten naar zijn oordeel niet op objectieve en verifieerbare wijze aannemelijk is gemaakt.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat hij met de door hem overgelegde stukken aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten gevolge van het besluit van 15 november 2010 schade heeft geleden ten bedrage van € 40.000,00 aan gederfd inkomen.

3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld uitspraak van 9 juni 2010 in zaak nr. 200907523/1/H2), is het aan de verzoeker om schadevergoeding om de gestelde schade op objectieve en verifieerbare wijze aannemelijk te maken.

[appellant] heeft in bezwaar en beroep fiscale rapporten over de jaren 2009 en 2010, een specificatie van de door hem in de periode 22 januari 2011 tot en met 19 februari 2011 ontvangen bijstandsuitkering, afschriften van zijn verlies- en winstrekening en agenda uit 2010, alsmede verklaringen van zijn accountant en [Verkeersschool] overgelegd.

De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het CBR de door [appellant] gestelde schade daarmee niet aannemelijk gemaakt hoefde te achten, nu daaruit niet blijkt dat hij in de desbetreffende periode een inkomen van € 40.000,00 zou hebben gegenereerd, indien zijn rijbewijs niet ongeldig zou zijn verklaard. Voorts heeft zij terecht overwogen dat ook niet kan worden geverifieerd dat [appellant] in die periode geen vervangende inkomsten heeft genoten. Hij heeft geen fiscale gegevens over 2011 overgelegd en uit de specificatie van de door hem genoten bijstandsuitkering kan niet worden afgeleid dat hij gedurende de gehele schadeperiode een zodanige uitkering heeft ontvangen.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Krokké
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2013

686.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon