Uitspraak 201203880/2/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:148
- Datum uitspraak
- 7 december 2012
- Inhoudsindicatie
- [verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westland van 28 februari 2012.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- RO - Zuid-Holland
Toon inhoud
201203880/2/R4.
Datum uitspraak: 7 december 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te Monster, gemeente Westland,
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het beroep.
Procesverloop
[verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westland van 28 februari 2012.
[verzoeker] heeft het beroep ingetrokken en heeft hij de Afdeling verzocht het college te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Desgevraagd heeft [verzoeker] het verzoek schriftelijk nader toegelicht.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld.
2. Bij besluit van 26 juli 2012 heeft het college het besluit van 28 februari 2012, waarbij het op grond van de Wet geluidhinder hogere geluidgrenswaarden heeft vastgesteld, ingetrokken. Uit het besluit van 26 juli 2012 blijkt dat het college tot intrekking heeft besloten in verband met wijzigingen in de planvorming van het bestemmingsplan "Boomawatering". Deze wijzigingen omvatten onder meer de ligging van nieuwe infrastructuur, de routering van het vrachtverkeer en de toepassing van geluidarm asfalt.
[verzoeker] heeft vervolgens het beroep ingetrokken en gelijktijdig verzocht om het college te veroordelen in de proceskosten.
2.1. Het college betoogt dat het verzoek van [verzoeker] niet voor inwilliging in aanmerking komt. Het college stelt zich daarbij op het standpunt dat hij het besluit van 28 februari 2012 heeft ingetrokken vanwege gewijzigde ruimtelijke inzichten van de gemeenteraad en als gevolg daarvan een voorziene herziening van het bestemmingsplan "Boomawatering". Dat de redenen waarom tot het intrekkingsbesluit is gekomen gelijk zijn aan de argumenten die ook in het beroepsschrift van [verzoeker] staan, betekent volgens het college niet dat is tegemoetgekomen aan [verzoeker], omdat het college niet de intentie had om vanwege het beroep van [verzoeker] het besluit in te trekken. Derhalve bestaat geen relatie tussen het beroep en het besluit van 26 juli 2012.
2.2. Het betoog van [verzoeker] heeft betrekking op de aspecten geluidarm asfalt en routering van het verkeer. Deze gronden komen overeen met de argumenten die door het college zijn gebruikt ter motivering van het intrekkingsbesluit van 26 juli 2012. Naar het oordeel van de Afdeling moet het college worden geacht aan [verzoeker] te zijn tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
3. Het verzoek dient als kennelijk gegrond op na te melden wijze te worden toegewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Westland tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.
w.g. Van Sloten w.g. Drouen
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb).
- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.
- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.
- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.
375-767.