Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201209769/1/A4

Uitspraak 201209769/1/A4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:CA0689
Datum uitspraak
22 mei 2013
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 mei 2012 heeft het college zijn beslissing om op 16 april 2012 spoedeisende bestuursdwang jegens [appellant] toe te passen ter zake van het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 119,00) voor rekening van [appellant] komen.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201209769/1/A4.
Datum uitspraak: 22 mei 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Den Haag,
appellant,

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 mei 2012 heeft het college zijn beslissing om op 16 april 2012 spoedeisende bestuursdwang jegens [appellant] toe te passen ter zake van het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 119,00) voor rekening van [appellant] komen.

Bij besluit van 15 augustus 2012 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank heeft dit beroep ter behandeling doorgezonden aan de Afdeling.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het college heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 april 2013, waar [appellant] is verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt een bezwaarschrift ondertekend.

Ingevolge artikel 6:6 van de Awb kan, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar, het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 29 mei 2012. Het college heeft dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift niet was ondertekend en [appellant] niet heeft voldaan aan de bij brief van 4 juli 2012 geboden mogelijkheid om dat verzuim te herstellen voor 18 juli 2012.

3. [appellant] betoogt dat hij het bezwaarschrift voor 18 juli 2012 heeft ondertekend en geretourneerd. Ook voert hij aan dat hij ten onrechte als overtreder is aangemerkt, omdat hij geen vuilniszak heeft geplaatst bij de [locatie 1] te Den Haag. Hij wijst er in dit verband op dat de naam die is aangetroffen op een envelop in de vuilniszak niet van hem is. [appellant] stelt dat hij op kamers woont aan de [locatie 2] en dat het college bij de huiseigenaar had moeten nagaan van wie de vuilniszak afkomstig was.

3.1. Ter zitting heeft [appellant] desgevraagd te kennen gegeven dat hij het tekenexemplaar van zijn bezwaarschrift op 23 juli 2012 voorzien van zijn handtekening heeft geretourneerd aan het college. Nu [appellant] het bij de brief van 4 juli 2012 geconstateerde verzuim niet voor 18 juli 2012 heeft hersteld, heeft het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Gelet daarop is hetgeen hij verder heeft aangevoerd niet van belang.

De beroepsgrond faalt.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Heijninck, ambtenaar van staat.

w.g. Timmerman-Buck w.g. Heijninck
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2013

552.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon