Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201210330/1/V1

Uitspraak 201210330/1/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:3422
Datum uitspraak
6 maart 2013
Inhoudsindicatie
Bij onderscheiden besluiten van 6 april 2011, 11 mei 2011, 9 september 2011, 3 november 2011 en 19 december 2011 heeft het COa aanvragen van de vreemdeling om haar krachtens de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (hierna: de Rvb) een uitkering toe te kennen, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201210330/1/V1.
Datum uitspraak: 6 maart 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa),
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 8 oktober 2012 in zaken nrs. 11/14576, 11/19642, 11/32300, 11/38878 en 12/1634 in de gedingen tussen:

[vreemdeling]

en

het COa.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 6 april 2011, 11 mei 2011, 9 september 2011, 3 november 2011 en 19 december 2011 heeft het COa aanvragen van de vreemdeling om haar krachtens de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (hierna: de Rvb) een uitkering toe te kennen, afgewezen.

De vreemdeling heeft daartegen bij onderscheiden brieven bij de rechtbank beroep ingesteld.

Bij besluit van 29 februari 2012 heeft het COa de aanvragen alsnog ingewilligd.

De vreemdeling heeft de door haar ingestelde beroepen ingetrokken en de rechtbank verzocht om het COa te veroordelen in de kosten die zij in verband met de behandeling van voormelde beroepen heeft moeten maken.

Bij uitspraak van 8 oktober 2012 heeft de rechtbank dat verzoek toegewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb, kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in de kosten worden veroordeeld.

2. In de grief klaagt het COa dat de rechtbank, door te overwegen dat het ervoor moet worden gehouden dat het COa door zijn besluit van 29 februari 2012 aan de vreemdeling is tegemoetgekomen, niet heeft onderkend dat, doordat de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel bij besluit van 7 februari 2012 aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft verleend, aan de onderscheiden besluiten tot afwijzing van de aanvragen van de vreemdeling om haar een uitkering krachtens de Rvb te verstrekken, de grondslag is ontvallen en het COa genoodzaakt was om die aanvragen opnieuw te beoordelen.

3. Het COa heeft de aanvragen van de vreemdeling om haar een uitkering krachtens de Rvb te verstrekken, met toepassing van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 2a, aanhef en onder a, van de Rvb afgewezen, omdat de vreemdeling niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) dan wel van het vereiste dat over een geldige mvv wordt beschikt (hierna: mvv-vereiste) was vrijgesteld.

Aan het besluit van 29 februari 2012 heeft het COa ten grondslag gelegd dat de vreemdeling bij het besluit van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel van 7 februari 2012, waarbij haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend, tevens is vrijgesteld van het mvv-vereiste, waardoor zij voldoet aan de in de Rvb gestelde vereisten en alsnog in aanmerking komt voor een uitkering ingevolge de Rvb.

4. Van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb is geen sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit neemt op andere gronden dan door de indiener aangevoerd of vanwege gewijzigde omstandigheden.

Nu het besluit van het COa van 29 februari 2012 zijn grondslag vindt in een omstandigheid die is opgekomen na de onderscheiden besluiten tot afwijzing van de aanvragen van de vreemdeling om haar een uitkering krachtens de Rvb te verstrekken, doet zich gelet op het voorgaande niet de situatie voor dat het COa aan de vreemdeling is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.

De grief slaagt.

5. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal het verzoek van de vreemdeling om het COa te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 8 oktober 2012 in zaken nrs. 11/14576, 11/19642, 11/32300, 11/38878 en 12/1634;

III. wijst het verzoek van de vreemdeling om het Centraal Orgaan opvang asielzoekers te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten af.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, ambtenaar van staat.

w.g. Steendijk w.g. De Groot
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2013

210.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon