Uitspraak 201210708/3/A4; 201210709/3/A4; 201210711/3/A4; 201210712/3/A4 en 201210714/3/A4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:3464
- Datum uitspraak
- 22 februari 2013
- Inhoudsindicatie
- Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 november 2012, heeft [appellante] beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken van 21 september 2012 en tegen de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder van 18 september 2012.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Andere zaken - Overige
Toon inhoud
201210708/3/A4; 201210709/3/A4; 201210711/3/A4; 201210712/3/A4 en 201210714/3/A4
Datum uitspraak: 22 februari 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend te Creil, gemeente Noordoostpolder,
en
1. de staatssecretaris van Economische Zaken,
2. het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder,
verweerders.
Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 november 2012, heeft [appellante] beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken van 21 september 2012 en tegen de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder van 18 september 2012.
De zaken zijn door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 februari 2013. [appellante] is uitgenodigd, maar niet verschenen.
Overwegingen
1. [appellante] is voor het door haar ingestelde beroep € 156,00 aan griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt ingevolge artikel 8:41, tweede lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard, indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2. [appellante] is bij brief van 15 november 2012 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen en meegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen drie weken na de dag van verzending van de brief, dat wil zeggen uiterlijk 6 december 2012, op de rekening van de Raad van State dient te zijn bijgeschreven of contant op het adres van de Raad van State dient te zijn betaald. Tevens is vermeld dat, indien van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, het beroep reeds om die reden niet-ontvankelijk wordt verklaard, behoudens in uitzonderlijke gevallen.
3. Het bedrag is niet binnen de aldus gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven of contant op het adres van de Raad van State betaald. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellante] in verzuim is geweest.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Heijninck, ambtenaar van staat.
w.g. Van Kreveld w.g. Heijninck
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2013
552.