Uitspraak 201210939/2/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:BZ1227
- Datum uitspraak
- 6 februari 2013
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 10 september 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Oude Dorp" vastgesteld.
- Voorlopige voorziening
- RO - Zuid-Holland
Toon inhoud
201210939/2/R4.
Datum uitspraak: 6 februari 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], wonend te Leiderdorp, en anderen (hierna gezamenlijk in enkelvoud: [verzoeker]),
en
de raad van de gemeente Leiderdorp,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 10 september 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Oude Dorp" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft nadere stukken ingediend.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 februari 2013.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het beroep van [verzoeker] is gericht tegen de vaststelling van het plan voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" en de aanduiding "horeca tot en met horecacategorie 2" voor het perceel [locatie] te Leiderdorp. Het verzoek strekt ertoe te voorkomen dat onomkeerbare gevolgen ontstaan als gevolg van gebruikmaking van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan voor dit perceel biedt.
3. [belanghebbende], de eigenaar van het perceel [locatie], heeft in zijn schriftelijke uiteenzetting te kennen gegeven geen gebruik te zullen maken van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voordat het onherroepelijk is. Derhalve bestaat geen spoedeisend belang bij het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Jacobs, ambtenaar van staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Jacobs
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2013
717.