Uitspraak 201209308/2/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:163
- Datum uitspraak
- 28 november 2012
- Inhoudsindicatie
- Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 26 juni 2012, waarbij het bestemmingsplan "Nieuwstraat" is vastgesteld. [verzoekers] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
- Voorlopige voorziening
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
201209308/2/R3.
Datum uitspraak: 28 november 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], beiden wonend te Veen, gemeente Aalburg,
en
de raad van de gemeente Aalburg,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 28 november 2012 om 13:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen voorzitter (vz.)
ambtenaar van staat: mr. N.I. Breunese-van Goor
Verschenen:
[verzoekers], vertegenwoordigd door A. Bil;
De raad, vertegenwoordigd door ing. M.A.M. Antens en drs. S.A.C. van Opdurp, beiden werkzaam bij de gemeente;
De commanditaire vennootschap Ruimte voor Ruimte II C.V., vertegenwoordigd door E. van Ineveld.
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 26 juni 2012, waarbij het bestemmingsplan "Nieuwstraat" is vastgesteld. [verzoekers] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt hij het volgende.
Het plan maakt de bouw van nieuwe woningen mogelijk. [verzoekers], omwonenden, hebben de voorzitter gevraagd het plan te schorsen ter voorkoming van een onomkeerbare situatie.
Blijkens de plantoelichting en het verhandelde ter zitting zal het plan door Ruimte voor Ruimte II C.V. worden uitgevoerd. De raad heeft ter zitting vermeld dat nog geen omgevingsvergunningen voor bouwen zijn aangevraagd. Ruimte voor Ruimte II C.V. heeft verklaard dat dergelijke vergunningen niet zullen worden aangevraagd voordat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure en dat, in afwachting van die uitspraak, evenmin werkzaamheden zullen worden verricht voor het bouwrijp maken van de gronden.
Gelet op het vorenstaande is de voorzitter van oordeel dat met het verzoek thans geen spoedeisend belang is gemoeid. Er bestaat derhalve aanleiding het verzoek af te wijzen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Breunese-van Goor
voorzitter ambtenaar van staat
208.