Uitspraak 201208074/2/R2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:164
- Datum uitspraak
- 28 november 2012
- Inhoudsindicatie
- Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 12 juli 2012, waarbij de raad het bestemmingsplan "Poldervlak 2011" heeft vastgesteld. Het plan voorziet in de vestiging van horeca aan de [locatie], waarmee is beoogd de vestiging van een coffeeshop mogelijk te maken.
- Voorlopige voorziening
- RO - Flevoland
Toon inhoud
201208074/2/R2.
Datum uitspraak: 28 november 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekers], beiden wonend te Almere,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Almere,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 28 november 2012 om 11.30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. Th.G. Drupsteen voorzitter (vz.)
ambtenaar van staat: mr. P. Plambeck
jurist: mr. F.M.J. Stolk
Verschenen:
[verzoekers], in persoon;
De raad, vertegenwoordigd door B. Thier en I.S. Munneke-Speidel, beiden werkzaam bij de gemeente.
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 12 juli 2012, waarbij de raad het bestemmingsplan "Poldervlak 2011" heeft vastgesteld. Het plan voorziet in de vestiging van horeca aan de [locatie], waarmee is beoogd de vestiging van een coffeeshop mogelijk te maken.
[verzoekers] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt hij het volgende.
Met het verzoek is geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de raad bij brief van 21 november 2012 heeft verklaard dat de gemeente voornemens is pas na de uitspraak op de beroepen in de bodemprocedure over te gaan tot gronduitgifte aan de potentiële uitbater die de coffeeshop beoogt te realiseren. De raad heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat wat betreft de realisering van horeca aan de [locatie] geen ontwikkelingen zullen plaatsvinden tot de uitspraak in de bodemprocedure.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. Drupsteen w.g. Plambeck
voorzitter ambtenaar van staat
778-743.