Uitspraak 201109380/3/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BY5897
- Datum uitspraak
- 12 december 2012
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 5 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Beneluxweg-Zuid" vastgesteld.
- Eerste aanleg - meervoudig
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
201109380/3/R3.
Datum uitspraak: 12 december 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend te Oosterhout,
en
de raad van de gemeente Oosterhout,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 5 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan
"Beneluxweg-Zuid" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer [appellante], beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 augustus 2012, waar [appellante], niet is verschenen. De raad is, vertegenwoordigd door mr. J.R. van Zeggeren en ing. R. van Haaf, beiden werkzaam bij de gemeente, verschenen. Voorts is ter zitting de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OVG Projecten LXII B.V., vertegenwoordigd door mr. W.J. Haeser, advocaat te Rotterdam, gehoord.
De Afdeling heeft de behandeling van dit beroep afgesplitst van zaak nr. 201109380/1/R3.
Overwegingen
1. Het plan maakt de bouw van ongeveer 14.000 m² kantoorruimte mogelijk op gronden in Oosterhout langs de rijksweg A27.
2. [appellante], woont op een afstand van meer dan 600 meter van het plandeel met de bestemming "Kantoor". Vanuit haar woning heeft zij geen zicht op het betrokken plandeel. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die op het door [appellante], bestreden plandeel mogelijk worden gemaakt, is deze afstand naar het oordeel van de Afdeling te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen. Weliswaar heeft zij nog te kennen gegeven dat zij een volkstuin heeft, waarin zij een ecologisch poeltje heeft aangelegd, waar naar zij stelt water- en kamsalamanders leven, maar ook dit is geen reden om een persoonlijk belang aan te nemen. De volkstuin ligt op een aanzienlijke afstand van het plandeel. De conclusie is dat [appellante], bij het bestreden besluit geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en dat zij daartegen ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, geen beroep kan instellen.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Van Hardeveld
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2012
45-629.