Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201205013/2/A1

Uitspraak 201205013/2/A1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2012:BY0980
Datum uitspraak
16 oktober 2012
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 augustus 2010 heeft het college geweigerd [wederpartij] reguliere bouwvergunning te verlenen voor het veranderen van een schuur op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201205013/2/A1.
Datum uitspraak: 16 oktober 2012

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst,
verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 18 april 2012 in zaak nr. 11/498 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats], gemeente Bronckhorst

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 5 augustus 2010 heeft het college geweigerd [wederpartij] reguliere bouwvergunning te verlenen voor het veranderen van een schuur op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 22 februari 2011 heeft het het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 april 2012 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en het college opgedragen om met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen opnieuw op het gemaakte bezwaar te beslissen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld. Voorts heeft het de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 september 2012, waar het college, vertegenwoordigd door mr. A.J. IJsseldijk, en [wederpartij], bijgestaan door mr. J. Dijkstra, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het bouwplan voorziet volgens het aanvraagformulier in het gedeeltelijk vernieuwen van een bestaande schuur om deze geschikt te maken voor opslag van landbouwwerktuigen.

2. Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat op het perceel ten tijde van belang geen reëel agrarisch bedrijf werd geëxploiteerd. Het voert daartoe aan dat de rechtbank, door doorslaggevende betekenis toe te kennen aan het winstoogmerk, waarmee [wederpartij] agrarische activiteiten verricht, onvoldoende oog heeft gehad voor de overige factoren die volgens vaste rechtspraak een rol spelen bij de beoordeling van de vraag of er een reëel agrarisch bedrijf is.

2.1. De rechtbank heeft voor de betekenis van de term "bedrijfsmatige agrarische produktie" aansluiting gezocht bij de jurisprudentie van de Afdeling met betrekking tot de term "agrarisch bedrijf". Daarbij heeft zij het winstoogmerk van [wederpartij] van doorslaggevend belang geacht, hoewel volgens de jurisprudentie (onder meer uitspraak van 30 maart 2005 in zaak nr. 200204614/1) in de regel ook andere factoren bij het oordeel over de vraag of ter plaatse een reëel agrarisch bedrijf aanwezig is moeten worden betrokken.

Nu gevolg geven aan de aangevallen uitspraak naar verwachting tot verlening van bouwvergunning voor het bouwplan zal leiden, bestaat onder die omstandigheden aanleiding na te melden voorlopige voorziening te treffen. Gelet op het belang van de aanvrager bij een spoedige beslissing op het door hem gemaakte bezwaar, zal echter worden bevorderd dat het bodemgeschil door de Afdeling met voorrang wordt behandeld.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst geen nieuw besluit op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar hoeft te nemen, dan nadat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.L. Bolleboom, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Bolleboom
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2012

641.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon