Uitspraak 201207234/2/A1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:438
- Datum uitspraak
- 16 augustus 2012
- Inhoudsindicatie
- Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 juni 2012, verzonden op dezelfde dag, van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
- Voorlopige voorziening
- Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
Toon inhoud
201207234/2/A1.
Datum uitspraak: 16 augustus 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te Putten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 20 juni 2012 in zaak nr. 12/211 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het college van burgemeester en wethouders van Putten.
Openbare zitting op 16 augustus 2012 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. R.W.L. Loeb voorzitter (vz.)
ambtenaar van staat: mr. N.D.T. Pieters
Verschenen:
[verzoeker], vertegenwoordigd door mr. A.J. Spoelstra;
Het college, vertegenwoordigd door mr. P.V. de Lijster-Mikhneyeva en ing. P. Hennekeij
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 juni 2012, verzonden op dezelfde dag, van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter
wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt hij het volgende.
Uit het besluit van 28 maart 2011, verzonden op 29 maart 2011, waarbij aan [verzoeker] een last onder dwangsom is opgelegd, blijkt dat de dwangsommen zullen worden verbeurd, indien de overtreding niet binnen twee maanden na verzending van dat besluit ongedaan is gemaakt. Deze termijn is bij besluit van 19 mei 2011 verlengd tot 6 weken na verzending van het besluit op bezwaar. Het besluit op bezwaar van 3 januari 2012 is op dezelfde dag verzonden. Niet in geschil is dat de dwangsommen inmiddels zijn verbeurd.
Het college heeft bij besluit van 1 maart 2012 tot invordering van de verbeurde dwangsommen besloten. [verzoeker] heeft in zijn verzoek, noch ter zitting, aangevoerd, dat en waarom dat besluit niet rechtmatig is.
Onder deze omstandigheden is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid, dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt.
w.g. Loeb w.g. Pieters
voorzitter ambtenaar van staat
473.