Uitspraak 201111342/1/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BX5281
- Datum uitspraak
- 22 augustus 2012
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 18 februari 2011 heeft het college besloten de ontgrondingswerkzaamheden op de zandwinlocatie aan de [locatie] te [plaats] te gedogen tot het tijdstip waarop de op 11 februari 2011 aangevraagde ontgrondingsvergunning voor de bestaande zandwinning onherroepelijk is geworden.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ontgrondingen
Toon inhoud
201111342/1/R4.
Datum uitspraak: 22 augustus 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellanten], wonend te [woonplaatsen],
en
het college van gedeputeerde staten van Drenthe,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 18 februari 2011 heeft het college besloten de ontgrondingswerkzaamheden op de zandwinlocatie aan de [locatie] te [plaats] te gedogen tot het tijdstip waarop de op 11 februari 2011 aangevraagde ontgrondingsvergunning voor de bestaande zandwinning onherroepelijk is geworden.
Bij besluit van 16 september 2011 heeft het college het door [appellanten] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en besloten de ontgrondingswerkzaamheden te gedogen tot 1 januari 2012 en te beperken tot de percelen kadastraal bekend [plaats], sectie […], nummers […] (beiden gedeeltelijk), voor zover gelegen binnen het als "B" op bijlage 1 bij het besluit aangegeven gebied.
Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 oktober 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 23 november 2011.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 juli 2012, waar [appellanten], vertegenwoordigd door mr. A.J. Boonstra, advocaat te Groningen, en het college, vertegenwoordigd door M.S. Beerten, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende a], vertegenwoordigd door mr. M.B.W. Litjens, advocaat te Assen, en [belanghebbende b]], als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het gedoogbesluit is op 1 januari 2012 geëxpireerd. Bij besluit van 7 oktober 2011 heeft het college de ontgrondingswerkzaamheden vergund. Bij uitspraak van heden in de zaak 201112288/1/R4 heeft de Afdeling het beroep van [appellanten] tegen het besluit van 7 oktober 2011 ongegrond verklaard. Niet gebleken is dat [appellanten] nog belang hebben bij een inhoudelijk oordeel omtrent de rechtmatigheid van het besluit van 16 september 2011. Zij hebben dan ook geen belang meer bij het door hen ingestelde beroep.
2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van staat.
w.g. Hagen w.g. Duursma
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2012
378.