Uitspraak 201111243/1/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BX5274
- Datum uitspraak
- 22 augustus 2012
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 15 februari 2010 heeft het CBR het aan [appellant] afgegeven rijbewijs ongeldig verklaard.
- Hoger beroep
- Wegenverkeerswet
Toon inhoud
201111243/1/A3.
Datum uitspraak: 22 augustus 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 1 september 2011 in zaak nr. 10/1023 in het geding tussen:
[appellant]
en
de stichting Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).
1. Procesverloop
Bij besluit van 15 februari 2010 heeft het CBR het aan [appellant] afgegeven rijbewijs ongeldig verklaard.
Bij besluit van 3 maart 2010 heeft het het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 1 september 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 oktober 2011, hoger beroep ingesteld.
Het CBR heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
Desgevraagd hebben partijen toestemming verleend om in het geding uitspraak te doen zonder behandeling van de zaak ter zitting. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
2. Overwegingen
2.1. De aangevallen uitspraak is verzonden op 1 september 2011, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, is begonnen op 2 september 2011 en geëindigd op 13 oktober 2011.
2.2. Het beroepschrift, gedateerd 14 oktober 2011, is derhalve niet binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend. Bij brief van 26 juli 2012 heeft de Afdeling [appellant] om nadere schriftelijke inlichtingen verzocht. [appellant] heeft geen reactie ingediend. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, in verband waarmee redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellant] in verzuim is geweest.
2.3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.
w.g. Loeb w.g. Klein
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2012
176-697.