Uitspraak 201203149/1/A1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:476
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2012
- Inhoudsindicatie
- Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 10 februari 2012, verzonden op dezelfde dag, van de rechtbank, waarbij, voor zover thans van belang, het beroep van [appellant] tegen het besluit van 25 november 2011, waarbij aan Astron een omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het oprichten van een LOFAR-antennestation op twee percelen aan de Dwarssloot-Oost te Zuidveen, kadastraal bekend gemeente Steenwijk, sectie N, nummers 270 en 273, ongegrond is verklaard.
- Hoger beroep
- Bouwen
Toon inhoud
201203149/1/A1.
Datum uitspraak: 10 augustus 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Zuidveen, gemeente Steenwijkerland,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle (hierna: de rechtbank) van 10 februari 2012 in zaak nr. 11/2300 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland.
Openbare zitting gehouden op 10 augustus 2012 om 10:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. H. Troostwijk voorzitter (vz.)
ambtenaar van staat: mr. A.M.L. Hanrath
Verschenen:
Het college, vertegenwoordigd door C.D. Charité, werkzaam bij de gemeente;
De stichting Stichting Astronomisch Onderzoek Nederland (hierna: Astron), vertegenwoordigd door ir. P. Bennema, coördinator ruimtelijke ordening LOFAR, als partij.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 10 februari 2012, verzonden op dezelfde dag, van de rechtbank, waarbij, voor zover thans van belang, het beroep van [appellant] tegen het besluit van 25 november 2011, waarbij aan Astron een omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het oprichten van een LOFAR-antennestation op twee percelen aan de Dwarssloot-Oost te Zuidveen, kadastraal bekend gemeente Steenwijk, sectie N, nummers 270 en 273, ongegrond is verklaard.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen.
Daartoe overweegt zij het volgende.
Ter zitting is komen vast te staan dat het Landschapsontwikkelingsplan geen gepubliceerde beleidsregel betreft, maar een beleidsdocument, waarmee richting kan worden gegeven aan nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied van de gemeente. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college het bouwplan in redelijkheid niet in strijd met de in het Landschapsontwikkelingsplan neergelegde visie voor dit gebied heeft hoeven achten. Zij heeft terecht overwogen dat de ruimtelijke uitstraling van het bouwplan beperkt is, gelet op de geringe hoogte en omvang ervan, en dat het aanleggen van twee dwarssloten met ruigtestroken niet zodanig ingrijpend is dat dit zal leiden tot aantasting van de openheid of van de bestaande kavelstructuur van het gebied. De overigens aangevoerde beroepsgronden zijn voor het eerst in hoger beroep aangevoerd. Het hoger beroep is gericht tegen de aangevallen uitspraak. [appellant] had deze gronden reeds voor de rechtbank kunnen aanvoeren en had dit uit een oogpunt van zorgvuldig en doelmatig gebruik van rechtsmiddelen, gelet op de functie van het hoger beroep, ook behoren te doen. Deze beroepsgronden dienen daarom buiten beschouwing te blijven.
w.g. Troostwijk w.g. Hanrath
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
392.