Uitspraak 201205269/1/V4 201205269/2/V4 201205257/1/V4 201205257/2/V4 201205276/1/V4 201205276/2/V4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:808
- Datum uitspraak
- 19 juni 2012
- Inhoudsindicatie
- Bij onderscheiden besluiten van 21 februari 2012 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
- Hoger beroep
- Asiel
Toon inhoud
Raad vanState 201205269/1 /V4, 201 205269/2/V4, 201205257/1/V4, 201 205257/2/V4, 201205276/1/V4en 201205276/2/V4. Datum uitspraak: 19 juni 201 2 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vreemdelingenwet 2000, op de hoger beroepen van: mede voor haar minderjarige kinderen, en appellanten, tegen de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 14 mei 2012 in zaak nrs. 12/6191, 12/6189, 12/6186, 12/6185, 12/6188 en 12/6187 in de gedingen tussen: de vreemdelingen en de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. 201 205269/1 /V4, 201205269/2/V4, 2 1 9 juni 2012 201205257/1/V4, 201205257/2/V4, 201 205276/1/V4 en 201 205276/2/V4 1. Procesverloop Bij onderscheiden besluiten van 21 februari 2012 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht. Bij uitspraken van 14 mei 2012, verzonden op 1 5 mei 2012, heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraken zijn aangehecht. Tegen deze uitspraken hebben de vreemdelingen bij brieven, bij de Raad van State binnengekomen op 24 mei 2012, hoger beroep ingesteld. Deze brieven zijn aangehecht. Voorts hebben de vreemdelingen de voorzitter verzocht voorlopige voorzieningen te treffen. De minister heeft verweerschriften ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. 2. Overwegingen 2.1. Hetgeen in de hogerberoepschriften is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraken leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan. 2.2. De hoger beroepen zijn kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraken dienen te worden bevestigd. 2.3. Gelet hierop bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 201205269/1/V4, 201205269/2/V4, 3 19 juni 2012 201205257/1/V4, 201205257/2/V4, 201205276/1/V4en 201 205276/2/V4 3. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. bevestigt de aangevallen uitspraken; II. wijst de verzoeken af. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.H. van der Winden, ambtenaar van staat. w.g. Lubberdink w.g. Van der Winden voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2012 348-719. Verzonden: 19 juni 2012 Voor eensluidend afschrift, de secretaris van de Raad van State, mr. H.H.C. Visser