Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201204789/2/A1

Uitspraak 201204789/2/A1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2012:BW8818
Datum uitspraak
13 juni 2012
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 mei 2011 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen de bouwwerkzaamheden op het perceel Rijksstraatweg 205 te Duivendrecht.
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201204789/2/A1.
Datum uitspraak: 13 juni 2012

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel,
verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2012 in zaak nr. 11/4693 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

het college.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2011 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen de bouwwerkzaamheden op het perceel Rijksstraatweg 205 te Duivendrecht.

Bij besluit van 23 augustus 2011 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 april 2012, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 23 augustus 2011 vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit neemt op het gemaakte bezwaar met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft onder meer het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 mei 2012, hoger beroep ingesteld. Bij dezelfde brief als waarmee hoger beroep is ingesteld heeft het college de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een nader stuk ingediend.

[wederpartij] heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 mei 2012, waar het college, vertegenwoordigd door A.C.J. van Gils, werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. A.B. Blomberg, advocaat te Amsterdam, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het college heeft in zijn hoger beroep een rechtsvraag aan de orde gesteld, die betrekking heeft op de uitleg van artikel 2, derde lid, van de bij het Besluit omgevingsrecht behorende Bijlage II. Deze rechtsvraag leent zich minder goed voor beantwoording in de voorlopige voorzieningprocedure dan voor beantwoording in de bodemprocedure.

2.3. Het verzoek heeft voorts geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het college in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de in hoger beroep bestreden uitspraak. Indien het verzoek niet wordt toegewezen, is het college gehouden dat wel te doen en een besluit te nemen dat in strijd is met zijn opvatting over de uitleg van voormeld artikel. Nu gesteld noch gebleken is dat er belangen zijn die niettemin nopen tot het spoedig gevolg geven aan de aangevallen uitspraak, ziet de voorzitter aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het college geen nieuw besluit op het bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink w.g. Pieters
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2012

473.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon