Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201007875/2/H2

Uitspraak 201007875/2/H2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2011:3012
Datum uitspraak
11 augustus 2011
Inhoudsindicatie
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 augustus 2010, heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 21 oktober 2009. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 28 september 2010.
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201007875/2/H2.
Datum uitspraak: 11 augustus 2011

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 oktober 2009 in zaak nr. 08/3185 in het geding tussen:

[appellant]

en

de raad voor rechtsbijstand 's-Gravenhage.

1. Procesverloop

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 augustus 2010, heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 21 oktober 2009. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 28 september 2010.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken.

Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Ingevolge artikel 6:11 blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Ingevolge artikel 6:24 is deze afdeling met uitzondering van artikel 6:12 van overeenkomstige toepassing indien hoger beroep of beroep in cassatie kan worden ingesteld.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank de aangevallen uitspraak in eerste instantie ten onrechte naar zijn oude woonadres heeft verzonden. Hij verwijst in dit verband naar twee brieven die hij naar de rechtbank heeft verstuurd. Volgens [appellant] heeft hij in deze brieven de rechtbank verzocht aan hem gerichte post naar zijn postbusadres te sturen. Nu hij de uitspraak pas in

juli 2010 heeft ontvangen, is zijn hogerberoepschrift ontvankelijk, aldus [appellant].

2.3. Indien een besluit of uitspraak aangetekend is verzonden en de belanghebbende de ontvangst ervan ontkent, dient te worden onderzocht of het stuk door TNT Post (thans: PostNL) op regelmatige wijze aan het adres van de belanghebbende is aangeboden. Wanneer TNT Post bij aanbieding van het stuk niemand thuis treft en daarom een afhaalbericht achterlaat, komt het niet ophalen van dat stuk bij het kantoor van TNT Post voor rekening en risico van de belanghebbende.

2.3.1. De hogerberoepstermijn gaat lopen vanaf de dag na bekendmaking op de voorgeschreven wijze van de uitspraak. De aangevallen uitspraak is op 21 oktober 2009 overeenkomstig artikel 8:37, eerste lid, van de Awb aangetekend naar het in het beroepschrift van 25 april 2008 vermelde toenmalige woonadres van [appellant] verzonden. Anders dan [appellant] betoogt is bij het indienen van dit beroepschrift geen postbusnummer maar het toenmalige woonadres opgegeven.

In de brief van de rechtbank aan [appellant] van 6 mei 2008 is de ontvangst van het beroepschrift bevestigd en tevens verzocht een eventuele adreswijziging direct aan de rechtbank door te geven. De door [appellant] in dit verband genoemde brief van 23 maart 2009 kan niet worden aangemerkt als een brief met die strekking, nu deze brief ziet op het verzoek van [appellant] om uitstel van de mondelinge behandeling van een verzetschrift en niet op het doorgeven van een gewijzigd adres.

Gelet op het voorgaande heeft [appellant] zijn adreswijziging niet aan de rechtbank kenbaar gemaakt en heeft de rechtbank de uitspraak terecht naar het in het beroepschrift vermelde woonadres gestuurd, zodat de uitspraak op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Voorts is komen vast te staan dat gelet op de aantekeningen van TNT Post op de enveloppe waarmee de aangevallen uitspraak is verzonden, TNT Post een afhaalbericht heeft achtergelaten en het stuk niet bij het kantoor van TNT Post is opgehaald. Het stuk is dan ook door TNT Post op regelmatige wijze aan het bij de rechtbank bekende adres van [appellant] aangeboden.

2.3.2. Dit betekent dat de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift ingevolge artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb is aangevangen op 22 oktober 2009 en geëindigd op 2 december 2009. Weliswaar is de uitspraak, na verzoek daartoe van [appellant], op 1 juli 2010 nogmaals naar hem verzonden, echter daarmee is geen nieuwe hogerberoepstermijn begonnen.

2.4. Het hogerberoepschrift is op 12 augustus 2010 bij de Raad van State ingekomen en is derhalve niet binnen de termijn ingediend. Nu [appellant] geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. Bindels
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2011

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht).

- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.

- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.

- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.

85-705.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon