Uitspraak 200604683/3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2006:3
- Datum uitspraak
- 8 november 2006
- Inhoudsindicatie
- Bij uitspraak van 4 oktober 2006, in zaak no. 200604683/2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is aangehecht.
- Verzet
- Milieu - Overige
Toon inhoud
200604683/3.
Datum uitspraak: 8 november 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht) van:
de stichting "Stichting Hado", gevestigd te Heeze, gemeente Heeze-Leende,
opposante.
1. Procesverloop
Bij uitspraak van 4 oktober 2006, in zaak no. 200604683/2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft opposante bij brief van 6 oktober 2006, bij de Raad van State ingekomen op 10 oktober2006, verzet gedaan. Deze brief is aangehecht.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
2. Overwegingen
2.1. In de uitspraak, waarvan verzet, heeft de Afdeling overwogen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn op de rekening van de Raad van State is bijgeschreven, noch contant op het adres van de Raad van State is betaald. Voorts is niet gebleken van omstandigheden waarvan geoordeeld had moeten worden dat appellante redelijkerwijs niet in verzuim is geweest.
2.2. Opposante voert aan dat het niet tijdig betalen van het griffierecht haar niet verweten kan worden door omstandigheden die samenhangen met het faillissement van een bewoner op het adres hetgeen opposante als postadres gebruikt.
2.3. De Afdeling overweegt dat de aangetekende brief waarbij opposante werd gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht aan haar is gericht. Uit de stukken blijkt dat de faillietverklaring betrekking had op [partij]. Opposante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door het faillissement van [partij] de aangetekende brief waarbij zij werd gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht niet heeft ontvangen. Als deze brief ten onrechte door de postblokkade bij de curator van het faillissement is terechtgekomen, is dit een omstandigheid die voor risico van opposante komt.
Gezien het voorgaande is hetgeen opposante in haar verzetschrift heeft aangevoerd voor de Afdeling geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in de uitspraak, waarvan verzet, is vervat.
2.4. Het verzet is ongegrond.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het verzet ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Van Hardeveld
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2006
312.