Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200506346/2

Uitspraak 200506346/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AW8931
Datum uitspraak
28 maart 2006
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 30 november 2004, in zaak no. 200402002/2, heeft de Afdeling het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Minister) van 28 januari 2004 waarbij ongegrond is verklaard het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van een verzoek om een energiepremie, gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd, en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. De uitspraak is aangehecht.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Subsidie

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200506346/2.
Datum uitspraak: 28 maart 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht) op het verzoek van

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 30 november 2004, in zaak no. 200402002/2.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 30 november 2004, in zaak no. 200402002/2, heeft de Afdeling het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Minister) van 28 januari 2004 waarbij ongegrond is verklaard het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van een verzoek om een energiepremie, gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd, en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. De uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 19 juli 2005 heeft verzoeker de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 23 februari 2006 heeft de Minister een verweerschrift ingediend.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.2. Verzoeker voert aan dat de Afdeling in de uitspraken met zaaknrs. 200406518/1 en 200405695/1 van respectievelijk 22 en 29 juni 2005 de beroepen van appellanten op het gelijkheidsbeginsel onder verwijzing naar drie door de Minister ingewilligde verzoeken om een energiepremie van buurtgenoten gegrond heeft verklaard. Hij stelt dat deze ingewilligde verzoeken betrekking hebben op woningen die tot hetzelfde bouwproject als het zijne behoren en waaraan dezelfde koop-/aannemingsovereenkomsten ten grondslag liggen. Indien de drie door de Minister ingewilligde verzoeken om een energiepremie van buurtgenoten bij de Afdeling bekend waren geweest, had het oordeel over het beroep van verzoeker op het gelijkheidbeginsel in de uitspraak van 30 november 2004 anders behoren te luiden, aldus verzoeker.

2.3. In de door verzoeker genoemde uitspraken heeft de Afdeling vastgesteld dat de Minister in drie gevallen de verzoeken om een energiepremie voor een zonneboiler in woningen die deel uitmaken van hetzelfde bouwproject als dat van de appellanten, heeft ingewilligd. In die drie gevallen had de Minister overwogen dat de levering van de zonneboiler eerst na 1 april 2003 plaatsvond als gevolg van omstandigheden, die niet aan de betrokkenen te wijten waren en het niet uitkeren van energiepremie een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren. De Afdeling heeft om die reden overwogen dat de Minister bij de afwijzing van de verzoeken om energiepremie van de appellanten niet heeft kunnen volstaan met de enkele motivering dat het gelijkheidsbeginsel niet zo ver gaat dat in een gemaakte fout moet worden volhard. De Afdeling heeft vervolgens de bestreden beslissingen op bezwaar vernietigd op de grond dat deze zijn genomen in strijd met het in artikel 7:12, tweede lid, van de Awb neergelegde motiveringsvereiste.

De Afdeling stelt vast dat de in de uitspraken van 22 en 29 juni 2005 genoemde besluiten dateren van voor de datum van de uitspraak, waarvan herziening wordt verzocht. Nu deze besluiten zijn gericht tot de aanvragers, acht de Afdeling het aannemelijk dat deze feiten bij verzoeker voor de uitspraak van 30 november 2004 niet bekend waren noch redelijkerwijs bekend konden zijn. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de Minister op enig moment tijdens de door verzoeker ingezette procedure die leidde tot de uitspraak van 30 november 2004 wist, althans behoorde te weten, van de drie ingewilligde verzoeken, zodat het op diens weg had gelegen om de Afdeling en verzoeker daarvan op de hoogte te stellen.

Voorts stelt de Afdeling aan de hand van de in het verzoekschrift vermelde gegevens vast dat de door verzoeker aangevoerde uitspraken betrekking hebben op zijn directe buren. Gelet op het voorgaande en hetgeen in de door verzoeker ingeroepen uitspraken is overwogen, is de Afdeling dan ook van oordeel dat sprake is van feiten die evenzeer tot het oordeel leiden dat verweerder de bestreden beslissing op bezwaar in strijd met artikel 7:12, tweede lid, van de Awb heeft genomen en deswege tot een andere uitspraak hadden geleid, indien zij voor de uitspraak, waarvan herziening wordt verzocht, bij haar bekend waren geweest.

Op grond van het vorenoverwogene is de Afdeling van oordeel dat de feiten waarop het verzoek om herziening is gebaseerd voldoen aan het bepaalde in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb en dat daarover redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan.

2.4. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen. In verband daarmee dient de uitspraak van 30 november 2004, in zaak no. 200402002/2, te worden herzien, voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit daarbij in stand zijn gelaten. Dat betekent, dat de Minister alsnog een nieuwe beslissing op het bezwaar van verzoeker moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. herziet de uitspraak van de Afdeling van 30 november 2004, in zaak no. 200402002/2, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten;

II. gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) aan verzoeker het door hem voor de behandeling van zijn verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,00 (zegge: honderdachtendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, Voorzitter, en mr. M. Vlasblom en mr. D.A.C. Slump, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Van Meurs-Heuvel
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2006

47-496.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon