Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200600385/1

Uitspraak 200600385/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AZ0835
Datum uitspraak
25 oktober 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 november 2005, verzonden op 30 november 2005, heeft het college van burgemeester en wethouders van Sneek (hierna: het college) vergunning verleend voor het vellen van diverse bomen, bos en bosplantsoen voor de delen oost en west van het tracé Rijksweg 7 te Sneek.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Tracé en wegverbreding

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200600385/1.
Datum uitspraak: 25 oktober 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging "Vogelbeschermingswacht 'Sneek en omstreken'", [appellanten], te Sneek,

en

het college van burgemeester en wethouders van Sneek,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 november 2005, verzonden op 30 november 2005, heeft het college van burgemeester en wethouders van Sneek (hierna: het college) vergunning verleend voor het vellen van diverse bomen, bos en bosplantsoen voor de delen oost en west van het tracé Rijksweg 7 te Sneek.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 11 januari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 12 januari 2006, beroep ingesteld.

Bij brief van 12 april 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellanten. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 oktober 2006, waar appellanten, vertegenwoordigd door M. Kat, en verweerder, vertegenwoordigd door K. de Vries, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de Minister van Verkeer en Waterstaat, vertegenwoordigd door H. Brinkman, ambtenaar van Rijkswaterstaat en ing. S. Hoitinga, ambtenaar van de provincie Fryslân.

2. Overwegingen

2.1. Het bestreden besluit is genomen met het oog op de uitvoering van het tracébesluit Rijksweg 7 Sneek en is voorbereid met toepassing van artikel 20 van de Tracéwet.

2.2. Volgens appellanten is voorafgaand aan de kap geen deugdelijk onderzoek verricht naar de natuurwaarden in het Burgemeester Rasterhoffpark te Sneek en ontbreken in de vergunning ten onrechte voorwaarden om tijdens de kap de rust in de rest van het park te waarborgen. Vast staat dat de bomen, het bos en het bosplantsoen waarvoor de kapvergunning is verleend, inmiddels zijn gekapt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat appellanten hun beroep toch hebben doorgezet omdat zij een signaal willen afgeven. Zij hebben echter in hun beroepschrift noch ter zitting gesteld schade te lijden tengevolge van de kap, noch hebben zij gesteld dat aan de vergunning meer of andere voorwaarden hadden moeten worden verbonden in verband met de compensatie van de bomen die zijn gekapt. Wat er mitsdien ook zij van hun beroepsgronden, nu het hier een vergunning betreft voor een eenmalige activiteit die reeds ten uitvoer is gelegd, kunnen appellanten met hun beroep niet meer bereiken wat zij daarmee beogen, namelijk het voorkomen van de kap van de bomen, dan wel bescherming van de natuurwaarden. Gelet op het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat appellanten geen belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep. Gelet hierop ontbreekt het procesbelang en is het beroep niet-ontvankelijk. Overigens merkt de Afdeling op dat ter zitting is gebleken dat het compensatieplan thans in voorbereiding is, dat appellanten daarvan op de hoogte zijn en dat het college heeft toegezegd dat zij bij de uitwerking daarvan zullen worden betrokken.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, Voorzitter, en mr. A. Kosto en dr. K.J.M. Mortelmans, Leden, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjakovic, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Bošnjakovic
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2006

410.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon