Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200606520/2

Uitspraak 200606520/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AY9863
Datum uitspraak
5 oktober 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 september 2004 heeft verzoeker afwijzend beslist op een aanvraag van [wederpartij] om reguliere bouwvergunning eerste fase voor het geheel vernieuwen van een bedrijfswoning en een bedrijfspand op het perceel [locatie] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200606520/2.
Datum uitspraak: 5 oktober 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Geldermalsen,
verzoeker,

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 05/5108 en 06/816 van de rechtbank Arnhem van 25 juli 2006 in het geding tussen:

[wederpartijen], wonend te [woonplaats],

en

verzoeker.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 september 2004 heeft verzoeker afwijzend beslist op een aanvraag van [wederpartij] om reguliere bouwvergunning eerste fase voor het geheel vernieuwen van een bedrijfswoning en een bedrijfspand op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 24 januari 2006 heeft verzoeker het daartegen door [wederpartijen] ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 juli 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) voor zover hier van belang het door de [wederpartijen] tegen het besluit van 24 januari 2006 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat verzoeker binnen twee maanden een nieuw besluit neemt op het voormelde bezwaar.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 31 augustus 2006, bij de Raad van State ingekomen op 5 september 2006, hoger beroep ingesteld. Bij brief van eveneens 31 augustus 2006, ook bij de Raad van State ingekomen op 5 september 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 september 2006, waar verzoeker, vertegenwoordigd door J. Strang, ambtenaar der gemeente, en [wederpartijen], bijgestaan door mr. J.P. Hoegee, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat verzoeker in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.

2.2. De vraag, of de bestreden uitspraak van de rechtbank in stand dient te blijven, vergt een interpretatie van de betrokken voorschriften van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 1984", welke zich minder leent voor een beantwoording in het kader van de behandeling van het ingediende verzoek om voorlopige voorziening. Gelet op de reële belangen van [wederpartijen] bestaat aanleiding om het daarheen te leiden dat de hoofdzaak op een zitting van de Afdeling in januari 2007 zal worden behandeld. Gelet hierop zal het verzoek worden toegewezen.

2.3. De Voorzitter zal de hierna te melden voorlopige voorziening treffen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

treft de voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Geldermalsen geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Schortinghuis
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2006

66.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon