Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200600617/1

Uitspraak 200600617/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AY8943
Datum uitspraak
27 september 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 februari 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray (hierna: het college) appellante onder oplegging van een dwangsom gelast om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel kadastraal bekend gemeente Venray, sectie […], nummer […], te beëindigen en beëindigd te houden.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200600617/1.
Datum uitspraak: 27 september 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak in zaak no. 05/517 van de rechtbank Roermond
van 13 december 2005 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Venray.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray (hierna: het college) appellante onder oplegging van een dwangsom gelast om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel kadastraal bekend gemeente Venray, sectie […], nummer […], te beëindigen en beëindigd te houden.

Bij besluit van 15 maart 2005 heeft het college het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 december 2005, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 19 januari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 23 januari 2006, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 22 maart 2006 heeft het college van antwoord gediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellante. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 september 2006, waar appellante, vertegenwoordigd door [directeur] vergezeld van zijn [zoon] en M.B.M. Drabbels, en het college, vertegenwoordigd door W.A. van der Kint, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied" rust op het onderhavige perceel de bestemming agrarisch bouwblok, zoals uitgewerkt in artikel 7 van de planvoorschriften.

Het aansluitend terrein heeft de bestemming agrarisch gebied met hoge landschappelijke waarden, als bedoeld in artikel 11 van de planvoorschriften.

Ingevolge artikel 4 van de planvoorschriften is het verboden gronden te gebruiken in strijd met de daaraan gegeven bestemming.

2.2. Vaststaat dat het perceel wordt gebruikt voor buitenopslag van bouwmaterialen en werktuigen.

De rechtbank is dan ook tot het juiste oordeel gekomen dat het gebruik van het buitenterrein in strijd is met de planvoorschriften.

2.3. Voorts is de rechtbank op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat appellante geen geslaagd beroep op het overgangsrecht kan doen.

Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de onderhavige buitenopslag vóór de peildatum 25 juni 1985 plaatsvond en sindsdien ononderbroken is voortgezet. De stukken die appellante in hoger beroep heeft overgelegd bieden geen aanknopingspunten voor een ander oordeel. Daarbij wordt in aanmerking genomen de brief van het college van 22 juni 1993 waaruit blijkt dat appellante destijds in een gesprek met de gemeenteambtenaren Van Gerven en Zanders over de vervanging van een gebouw heeft verzekerd dat het perceel - een enkele uitzondering daargelaten - niet voor buitenopslag van materialen en werktuigen ten behoeve van haar aannemersbedrijf wordt gebruikt. Anders dan appellante in dit verband heeft betoogd is voor het gebruik van het perceel niet van belang dat de eigendom van het perceel is gesplitst, maar de aan het perceel gegeven planologische bestemming die zich tegen buitenopslag verzet.

2.4. De conclusie is dat is gehandeld in strijd met het bestemmingsplan, zodat het college terzake handhavend kon optreden.

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.5. De rechtbank is tot het juiste oordeel gekomen dat geen concreet uitzicht op legalisatie bestaat.

2.6. De omstandigheid dat het college van gedeputeerde staten van Limburg bij besluit van 13 december 2005, naar aanleiding van bedenkingen van appellante, goedkeuring heeft onthouden aan het vastgestelde bestemmingsplan, doet niet ter zake, omdat het onthouden van die goedkeuring betrekking heeft op de gebouwen ter plaatse en niet op het open terrein waar het in deze procedure uitsluitend over gaat.

2.7. Ook overigens is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van de aanschrijving afgezien had moeten worden.

2.8. De bezwaren van appellante betreffende de invordering van de dwangsom dienen buiten beschouwing te blijven, aangezien niet de Afdeling, maar de burgerlijke rechter bevoegd is daarover te oordelen.

2.9. De slotsom moet zijn dat er geen grond is voor het oordeel dat het college niet tot handhavend optreden mocht besluiten. De rechtbank is tot dezelfde conclusie gekomen.

2.10. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Boot
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 september 2006

202.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon