Uitspraak 201006308/1/M1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:3271
- Datum uitspraak
- 1 juli 2010
- Inhoudsindicatie
- Bij ongedateerd besluit, uitgereikt aan Sterigenics op 1 juli 2010, heeft het college een bij besluit van 16 december 2009 opgelegde last onder dwangsom ingetrokken en besloten om bestuursdwang toe te passen door het gebruik van de sterilisatoren binnen de inrichting van Sterigenics, gelegen op het perceel Storkstraat 8-10 te Zoetermeer, te beëindigen.
- Voorlopige voorziening
- Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
Toon inhoud
201006308/1/M1.
Datum uitspraak: 1 juli 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sterigenics Holland B.V. (hierna: Sterigenics), gevestigd te Zoetermeer,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (hierna: het college),
verweerder.
1. Procesverloop
Bij ongedateerd besluit, uitgereikt aan Sterigenics op 1 juli 2010, heeft het college een bij besluit van 16 december 2009 opgelegde last onder dwangsom ingetrokken en besloten om bestuursdwang toe te passen door het gebruik van de sterilisatoren binnen de inrichting van Sterigenics, gelegen op het perceel Storkstraat 8-10 te Zoetermeer, te beëindigen.
Tegen dit besluit heeft Sterigenics bezwaar gemaakt.
Bij brief van 1 juli 2010, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, heeft Sterigenics de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het bestreden besluit met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geschorst en zal op de zitting van 5 juli 2010 op grond van artikel 8:87 van de Awb ambtshalve onderzoeken of aanleiding bestaat de voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen. In de uitspraak, die naar aanleiding van deze zitting zal worden gedaan, zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.
Daartoe heeft hij het volgende overwogen.
Binnen de inrichting van Sterigenics worden producten, waaronder medische apparatuur, gesteriliseerd met ethyleenoxide. De afgassen uit de nabehandelingsruimten worden in een gasscrubber behandeld ter verwijdering van ethyleenoxide.
In voorschrift 4.2 van de bij besluit van 2 januari 2002 verleende milieuvergunning is bepaald dat de maandgemiddelde concentratie ethyleenoxide in de afgassen van de gasscrubber maximaal 15 mg/m3 mag bedragen.
In opdracht van het college heeft het adviesbureau SGS Environmental Services (hierna: SGS) emissiemetingen uitgevoerd. In het door SGS op 1 juli 2010 uitgebrachte conceptrapport is vermeld dat in juni 2010 de maandgemiddelde concentratie ethyleenoxide in de afgassen na correctie 16,7 mg/m3 bedroeg hetgeen een overschrijding inhoudt van de in vergunningvoorschrift 4.2 gestelde emissie-eis.
De voorzitter overweegt dat het toepassen van bestuursdwang ingrijpende gevolgen heeft voor Sterigenics, aangezien stillegging van de sterilisatoren tot gevolg heeft dat zij haar verplichtingen om gesteriliseerde medische apparatuur aan haar afnemers uit te leveren niet meer kan nakomen. Tevens kan niet worden uitgesloten dat het belang van deze afnemers om over gesteriliseerde medische apparatuur te beschikken, wordt geschaad.
Tegenover de belangen van Sterigenics en haar afnemers staan de milieubelangen die zijn gemoeid met de onmiddellijke handhaving door middel van bestuursdwang. Hiertoe overweegt de voorzitter als volgt.
Het college heeft, gelet op de mate waarin de in voorschrift 4.2 gestelde emissie-eis voor ethyleenoxide in de maand juni is overschreden en in aanmerking nemende dat de emissie-eis een maandgemiddelde betreft, niet aannemelijk gemaakt dat de milieubelangen die zijn gediend met de toepassing van bestuursdwang, zwaarder wegen dan de belangen van Sterigenics en haar afnemers. Mede in aanmerking genomen de korte termijn waarbinnen de zitting als bedoeld in artikel 8:87 van de Awb zal plaatsvinden, acht de voorzitter het niet onaannemelijk dat het milieubelang zich er niet tegen verzet dat het bestreden besluit wordt geschorst.
w.g. Brink w.g. De Hek
voorzitter ambtenaar van Staat
542.