Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200904380/1/T1/M1

Uitspraak 200904380/1/T1/M1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2010:BL7777
Datum uitspraak
17 maart 2010
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 november 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan [appellante] een drietal lasten onder dwangsom opgelegd met betrekking tot de scheepswerf, gelegen op het adres [locatie] te [plaats].
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200904380/1/T1/M1.
Datum uitspraak: 17 maart 2010

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 36, zesde lid, van de Wet op de Raad van State op het beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Fryslân,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan [appellante] een drietal lasten onder dwangsom opgelegd met betrekking tot de scheepswerf, gelegen op het adres [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 24 april 2009 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is op 7 mei 2009 bekend gemaakt.

Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 juni 2009, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 15 juli 2009.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 februari 2010, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. E. van der Hoeven en [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Koll-Hill, ing. A. de Haas, H.A.J. Penninga en S.H. Slotegraaf, allen werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting derde-belanghebbende [belanghebbende] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] betoogt dat het besluit van 24 april 2009 ten onrechte niet door de commissaris van de Koningin is ondertekend en niet door de secretaris is medeondertekend.

2.1.1. Het college stelt zich onder verwijzing naar het ‘Besluit mandaat, volmacht en machtiging vakantieperiodes 2009’ (hierna: het Besluit) op het standpunt dat het besluit terecht alleen door de loco-commissaris van de Koningin is ondertekend.

2.1.2. Ingevolge artikel 59a, eerste lid, van de Provinciewet worden de stukken die van gedeputeerde staten uitgaan door de commissaris ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

Ingevolge artikel 59a, tweede lid, kunnen gedeputeerde staten toestaan de ondertekening op te dragen aan een ander lid van gedeputeerde staten, aan de secretaris of aan een of meer andere provinciale ambtenaren.

Ingevolge het derde lid is medeondertekening door de secretaris niet van toepassing indien de ondertekening van stukken die van het college uitgaan ingevolge het tweede lid is opgedragen aan de secretaris of een andere provinciale ambtenaar.

2.1.3. Ingevolge artikel 1 gelezen in samenhang met artikel 2 van het Besluit, voor zover hier van belang, wordt door het college van gedeputeerde staten aan de commissaris van de Koningin en bij diens afwezigheid aan de loco-commissaris van de Koningin mandaat, volmacht en machtiging verleend om in de periode van 22 april 2009 tot en met 11 mei 2009 besluiten te nemen die naar zijn oordeel geen uitstel dulden.

Ingevolge artikel 3 behoort tot de opgedragen bevoegdheden in ieder geval het nemen van besluiten tot het toepassen van handhavingsinstrumenten, waaronder besluiten tot het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom en het nemen van besluiten ter voorkoming van overschrijding van wettelijke termijnen, inclusief beslissingen op bezwaar.

2.1.4. Met het opstellen van het Besluit heeft het college uitvoering gegeven aan het bepaalde in artikel 59a, tweede lid, van de Provinciewet. Het besluit van 24 april 2009 is alleen door de loco-commissaris van de Koningin ondertekend. Dit is een ander lid van gedeputeerde staten. De Afdeling ziet in hetgeen [appellante] heeft betoogd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat deze handelwijze niet in overeenstemming is met, met name artikel 3 van, het Besluit. Niettemin volgt uit artikel 59a, derde lid, van de Provinciewet dat medeondertekening door de secretaris van het bestreden besluit was vereist. Door dit na te laten is het bestreden besluit in zoverre in strijd met de Provinciewet genomen.

2.2. Ingevolge artikel 36, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2.3. Overeenkomstig de op 1 januari 2010 in werking getreden Wet bestuurlijke lus Awb ziet de Afdeling in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding het college op grond van artikel 36, zesde lid, van de Wet op de Raad van State op te dragen dit gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Het college dient hiertoe het besluit van 24 april 2009 in overeenstemming te brengen met het bepaalde in artikel 59a, derde lid, van de Provinciewet dan wel daarvoor in de plaats een ander besluit te nemen. Daartoe zal een termijn worden gesteld.

2.4. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

draagt het college van gedeputeerde staten van Fryslân op om binnen twee weken na de verzending van deze uitspraak:

- het besluit van 24 april 2009, kenmerk 00824908, in overeenstemming te brengen met het bepaalde in artikel 59a, derde lid, van de Provinciewet dan wel daarvoor in de plaats een ander besluit te nemen

- het herstelde dan wel het vervangende besluit aan de Afdeling toe te zenden.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. Th.C. van Sloten, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Plambeck
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2010

159-489.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon