Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200507893/1

Uitspraak 200507893/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AY5029
Datum uitspraak
26 juli 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 januari 2005 heeft appellant aan [vergunninghouders], onder verlening van vrijstelling van een tweetal voorschriften uit het bestemmingsplan, bouwvergunning verleend voor het uitbreiden van de woning op het bouwadres [locatie] te Breda.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200507893/1.
Datum uitspraak: 26 juli 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Breda,
appellant,

tegen de uitspraak in zaak nos. 05/2832 en 05/1929 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 6 september 2005 in het geding tussen:

[wederpartijen], wonend te [woonplaats]

en

appellant.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2005 heeft appellant aan [vergunninghouders], onder verlening van vrijstelling van een tweetal voorschriften uit het bestemmingsplan, bouwvergunning verleend voor het uitbreiden van de woning op het bouwadres [locatie] te Breda.

Bij besluit van 24 mei 2005 heeft appellant het daartegen door [wederpartijen] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en dat besluit gehandhaafd met dien verstande dat daarbij is vastgesteld dat de maximaal toegestane bouwdiepte niet wordt overschreden en derhalve hiervoor geen vrijstelling hoeft te worden verleend.

Bij uitspraak van 6 september 2005, verzonden op die dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het daartegen door [wederpartijen] ingestelde beroep gegrond verklaard, de beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 5 oktober 2005, bij de Raad van State ingekomen op 7 oktober 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 2 december 2005 hebben [wederpartijen] een reactie ingediend op het hoger beroepschrift.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 mei 2006, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. drs. R.M.J.F. Meeuwis, ambtenaar van de gemeente, en [wederpartijen], bijgestaan door drs. E.M.J.C. Dolné, gemachtigde, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellant komt uitsluitend op tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat in de beslissing op bezwaar ten onrechte is vastgesteld dat de in het bestemmingsplan maximaal toegestane bouwdiepte niet wordt overschreden.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak is het tegen het besluit van appellant van 24 mei 2005 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd doch bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Appellant heeft geen processueel belang bij een antwoord op de vraag of de voorzieningenrechter op goede gronden tot zijn oordeel is gekomen. Dat antwoord, hoe het ook luidt, leidt immers voor appellant niet tot een ander dan tot het met de verlening van de bouwvergunning door hem gewilde resultaat. Evenmin is gebleken dat appellant in verband met thans in behandeling zijnde bouwplannen in het betreffende plandeel een concreet belang heeft bij een uitspraak van de Afdeling over de juistheid van het door de voorzieningenrechter gegeven oordeel over de maximaal toegestane bouwdiepte. Nu dat oordeel appellant in een volgende zaak niet bindt, staat het hem vrij de door hem gebezigde - en door de voorzieningenrechter niet geheel gevolgde - uitleg van de planvoorschriften in voorkomende gevallen in een andere procedure opnieuw te volgen.

2.3. Het hoger beroep van appellant kan daarom niet worden ontvangen.

2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. Ch.W. Mouton en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Boermans
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2006

429.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon