Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200601497/1

Uitspraak 200601497/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AY3729
Datum uitspraak
12 juli 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 april 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiermonninkoog (hierna: het college) aan appellant met ingang van 1 mei 2004 een zogenaamde "eilanderontheffing rijverbod" verleend voor de personenauto met kenteken [..-..-..], onder gelijktijdige intrekking van de eerder verleende ontheffing.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200601497/1.
Datum uitspraak: 12 juli 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. 04/1255 van de rechtbank Leeuwarden van 11 januari 2006 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Schiermonninkoog.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 april 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiermonninkoog (hierna: het college) aan appellant met ingang van 1 mei 2004 een zogenaamde "eilanderontheffing rijverbod" verleend voor de personenauto met kenteken [..-..-..], onder gelijktijdige intrekking van de eerder verleende ontheffing.

Bij besluit van 21 september 2004 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 januari 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 20 februari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 22 februari 2006, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 11 april 2006 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 juni 2006, waar het college, vertegenwoordigd door mr. E.R.M. Holtz-Russel, advocaat te Groningen, en ir. S. Stamhuis, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Appellant is niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Vaststaat dat het college sinds het in de jaren zestig van de vorige eeuw ingestelde rijverbod op Schiermonnikoog een ontheffingenbeleid voert. De in de bestuurspraktijk reeds gehanteerde criteria voor het verlenen van ontheffing en de aan de ontheffing te stellen voorwaarden zijn neergelegd in op 27 januari 2004 vastgestelde "Beleidsregels voor ontheffingen van de geslotenverklaring voor motorrijtuigen en bromfietsen op Schiermonnikoog" (hierna: de beleidsregels), waarbij tevens als nieuwe voorwaarde is opgenomen dat de ontheffing in de vorm van een kaartje achter de voorruit dient te worden bevestigd.

Het college heeft met toepassing van deze beleidsregels aan appellant opnieuw een ontheffing verleend.

2.2. Appellant komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat het college, met het oog op het behoud van het autoluwe karakter van het eiland, voormelde beleidsregels heeft mogen vaststellen en dat ook de voorwaarde inzake het kaartje achter de voorruit, dat uit een oogpunt van effectieve handhaving van het rijverbod is gesteld, niet onredelijk is.

2.2.1. Dat appellant het niet eens is met het feit dat beperkingen worden gesteld aan het autogebruik op Schiermonnikoog is onvoldoende om tot een ander oordeel dan dat van de rechtbank te komen. Appellant voert verder geen omstandigheden aan op basis waarvan moet worden geoordeeld dat hij door de genoemde voorwaarde of enige andere aan de ontheffing verbonden voorwaarde zodanig in zijn belangen wordt getroffen dat het college in zijn geval van toepassing daarvan had moeten afzien.

2.2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Haverkamp, ambtenaar van Staat.

w.g. Bijloos w.g. Haverkamp
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2006

306-440.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon