Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200604050/1

Uitspraak 200604050/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AY3683
Datum uitspraak
6 juli 2006
Inhoudsindicatie
Bij brief van 12 april 2006 heeft verweerder gereageerd op de brief van verzoeker van 12 februari 2006 waarin hij onder meer heeft verzocht het besluit van 24 juli 2003 tot instemming met het door de provincie Zuid-Holland ingediende saneringsplan inzake het geval van verontreiniging aan de Delftsewallen te Zoetermeer in te trekken.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200604050/1.
Datum uitspraak: 6 juli 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 12 april 2006 heeft verweerder gereageerd op de brief van verzoeker van 12 februari 2006 waarin hij onder meer heeft verzocht het besluit van 24 juli 2003 tot instemming met het door de provincie Zuid-Holland ingediende saneringsplan inzake het geval van verontreiniging aan de Delftsewallen te Zoetermeer in te trekken.

Naar aanleiding daarvan heeft verzoeker bij brief van 20 april 2006 bezwaar gemaakt.
Bij brief van 20 mei 2006, bij de Raad van State ingekomen op 29 mei 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 juni 2006, waar verzoeker, in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M. Blondelle en drs. M. de Boo, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Verzoeker kan zich niet verenigen met de reactie op zijn verzoek, zoals weergegeven in de brief van 12 april 2006.

2.2. De Voorzitter stelt vast dat verzoeker bij brief van 12 februari 2006 in samenhang bezien met en onder verwijzing naar zijn e-mailbericht van 19 januari 2006 verweerder onder meer heeft verzocht het besluit van 24 juli 2003, waarbij is ingestemd met het door de provincie Zuid-Holland ingediende saneringsplan, in te trekken. Bij brief van 12 april 2006 heeft verweerder daarop gereageerd. Daarbij heeft verweerder verzoeker gemeld dat het saneringsplan waarmee is ingestemd niet zal worden uitgevoerd en verzoeker voorts geïnformeerd dat het besluit tot instemming waarschijnlijk eerst zal worden ingetrokken op het moment dat een nieuw saneringsplan is opgesteld. Verweerder heeft hierover ter zitting voorts naar voren gebracht dat hem de bedoeling van het verzoek van 12 februari 2006 niet duidelijk was en dat de reactie van 12 april 2006 door hem wordt beschouwd als een mededeling van informatieve aard.

Naar het voorlopig oordeel van de Voorzitter is de brief van 12 april 2006, mede gelet op de aard van de inhoud daarvan, niet aan te merken als een besluit op het verzoek van 12 februari 2006 tot intrekking van het besluit van 24 juli 2003. De Voorzitter overweegt dan ook dat nog niet door verweerder is beslist op het verzoek van verzoeker.

2.2.1. De wettelijke termijn waarbinnen, gelet op artikel 4:13, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, diende te worden beslist is inmiddels verstreken. Gelet op artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht wordt dit niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijk gesteld. Voorts kan, gelet op het bepaalde in artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht, daartegen bezwaar worden gemaakt zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.

Naar het voorlopig oordeel van de Voorzitter moet de brief van verzoeker van 20 april 2006 worden aangemerkt als bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek.

2.2.2. Ter zitting heeft verweerder naar voren gebracht dat hij betwijfelt of hij beschikt over een wettelijke bevoegdheid tot intrekking van het besluit tot instemming en voorts dat, zo een bevoegdheid daartoe al bestaat, intrekking niet tot het door verzoeker beoogde doel kan leiden. De Voorzitter overweegt dat de vraag of een bevoegdheid tot intrekking in het onderhavige geval rechtens aanwezig is, en mogelijke twijfel of eventuele intrekking van het besluit het door verzoeker gewenste effect heeft, onverlet laten dat een besluit dient te worden genomen op het verzoek tot intrekking. Bij dat besluit kan verweerder voormelde vragen betrekken.

2.3. Gezien het voorgaande en gelet op het verhandelde ter zitting ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. treft de voorlopige voorziening dat het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wordt opgedragen binnen zes weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een beslissing te nemen op het verzoek van verzoeker om het besluit van 24 juli 2003, waarbij is ingestemd met het door de provincie Zuid-Holland ingediende saneringsplan betreffende saneringslocatie de Delftsewallen te Zoetermeer, in te trekken, en deze op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

II. gelast dat de provincie Zuid-Holland aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 141,00 (zegge: honderdeenenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.J. Blok, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Blok
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2006

428.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon