Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200900684/1/H1

Uitspraak 200900684/1/H1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2009:BK5064
Datum uitspraak
2 december 2009
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 december 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren (hierna: het college) geweigerd aan de stichting Stichting Zorginstellingen Loosdrecht, thans handelend onder de naam Inovum (hierna: Inovum) sloopvergunning te verlenen voor het slopen van opstallen op het perceel Nieuw-Loosdrechtsedijk 20 te Loosdrecht (hierna: het perceel).
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200900684/1/H1.
Datum uitspraak: 2 december 2009

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting Zorginstellingen Loosdrecht, thans handelend onder de naam Inovum, gevestigd te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren,
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2008 in zaak nr. 08/2108 in het geding tussen:

de stichting Stichting Zorginstellingen Loosdrecht thans handelend onder de naam Inovum

en

het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 december 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren (hierna: het college) geweigerd aan de stichting Stichting Zorginstellingen Loosdrecht, thans handelend onder de naam Inovum (hierna: Inovum) sloopvergunning te verlenen voor het slopen van opstallen op het perceel Nieuw-Loosdrechtsedijk 20 te Loosdrecht (hierna: het perceel).

Bij besluit van 15 april 2008 heeft het college het door Inovum daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 december 2008, verzonden op 12 december 2008, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het door Inovum daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 15 april 2008 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Inovum bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 januari 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 23 februari 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Historisch Goed Loosdrecht heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 september 2009, waar Inovum, vertegenwoordigd door W. Schimmel, bestuurder bij Inovum, bijgestaan door mr. H.N.T. Hoogwout, advocaat te Leiden, en het college, vertegenwoordigd door drs. D.W.L.J. Cramers en T. Medemblik, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank heeft het besluit van 15 april 2008 vernietigd wegens strijd met artikel 8.1.6 van de Bouwverordening van de gemeente Wijdemeren (hierna: de Bouwverordening) omdat zich geen van de daarin vermelde weigeringsgronden voordeed en het college destijds gehouden was de sloopvergunning te verlenen.

2.2. Ingevolge artikel 8.1.6, aanhef en onder c, van de Bouwverordening wordt, voor zover thans van belang, een sloopvergunning geweigerd indien ingevolge de Monumentenwet 1988 of de gemeentelijke monumentenverordening een vergunning is vereist en deze niet is verleend.

2.3. Inovum betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet zelf in de zaak heeft voorzien omdat rechtens maar één besluit mogelijk was. Volgens haar had de rechtbank aan Inovum de door het college ten onrechte geweigerde sloopvergunning dienen te verlenen.

2.3.1. Ingevolge artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), voor zover thans van belang, kan de rechtbank, indien zij het beroep gegrond verklaart, bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan.

2.3.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 19 november 2003 in zaak nr. 200306160/1), dient bij de beoordeling of de uitspraak in de plaats kan treden van het vernietigde besluit, dan wel het vernietigde gedeelte daarvan, in beginsel te worden uitgegaan van de op het moment van de uitspraak geldende feiten en omstandigheden en het dan geldende recht. De rechtbank heeft, gelet op dit uitgangspunt - onder meer - in de omstandigheid dat de krukhuisboerderij, onderdeel van de aanvraag om sloopvergunning, ten tijde van haar uitspraak, was aangewezen als gemeentelijk monument, aanleiding gezien niet zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank heeft echter ten onrechte geen aanleiding gezien om, bij wijze van uitzondering, van dit uitgangspunt af te wijken. Het college heeft ter zitting bevestigd dat het sinds de jaren negentig van de vorige eeuw aan de krukhuisboerderij een monumentale waarde toekende. Het heeft echter eerst naar aanleiding van het besluit van 13 december 2007 de procedure gestart tot het aanwijzen van de boerderij als gemeentelijk monument. Het college heeft in strijd met artikel 8.1.6 van de Bouwverordening de sloopvergunning geweigerd en dit besluit in bezwaar gehandhaafd, terwijl het reeds ten tijde van het primaire besluit wist dat het de sloopvergunning moest verlenen. Onder deze omstandigheden verzet het in het algemeen rechtsbewustzijn levende beginsel van behoorlijk bestuur dat wordt aangeduid als "fair play" zich er tegen dat aan Inovum de aanwijzing van de krukhuisboerderij als gemeentelijk monument wordt tegengeworpen.

2.3.3. Het betoog leidt evenwel niet tot het daarmee beoogde doel. Terecht heeft de rechtbank ook in de omstandigheid dat ten tijde van haar uitspraak artikel 5 van de Monumentenwet 1988 van toepassing was op de krukhuisboerderij, die derhalve de zogeheten voorbescherming genoot en in de omstandigheid dat ingevolge artikel 8.1.1, derde lid, van de Bouwverordening het college bevoegd is voorschriften aan de sloopvergunning te verbinden en de rechtbank niet over de gegevens om dergelijke voorschriften al dan niet aan de vergunning te verbinden, beschikte, geen aanleiding gezien om zelf in de zaak te voorzien.

2.4. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, zij het met verbetering van de gronden waarop zij berust. Dit betekent dat het college opnieuw dient te beslissen op het bezwaar van Inovum. Gelet op hetgeen hiervoor in overweging 2.2.2 is overwogen, zal het college de aanwijzing van de krukhuisboerderij als gemeentelijk monument dienen te negeren en in aanmerking moeten nemen dat de krukhuisboerderij niet krachtens artikel 3, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als monument is aangewezen.

2.5. De Afdeling ziet aanleiding een termijn te stellen waarbinnen het te nemen besluit genomen dient te worden.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2008 in zaak nr. 08/2108 met verbetering van de gronden waarop deze rust;

II. draagt het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren op om binnen zes weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. S.F.M. Wortmann, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. Huijben, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Huijben
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009

313-414-552.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon