Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200603999/2

Uitspraak 200603999/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AY3649
Datum uitspraak
4 juli 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 december 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (hierna: het college) aan Medilaco B.V. onder verlening van vrijstelling een bouwvergunning eerste fase verleend voor het bouwen van 14 appartementen en 7 patiowoningen op het perceel Frankenlaan 1 te Heerlen.
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200603999/2.
Datum uitspraak: 4 juli 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/2006 van de rechtbank Maastricht van 27 april 2006 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (hierna: het college) aan Medilaco B.V. onder verlening van vrijstelling een bouwvergunning eerste fase verleend voor het bouwen van 14 appartementen en 7 patiowoningen op het perceel Frankenlaan 1 te Heerlen.

Bij besluit van 13 september 2005 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 april 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Maastricht (hierna: de rechtbank), voor zover thans van belang, het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 29 mei 2006, bij de Raad van State ingekomen op 31 mei 2006, hoger beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft verzoeker tevens de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 juni 2006, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. J.J.G. Palmen, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.A.L. Devoi, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord Medilaco B.V., vertegenwoordigd door mr. R.J.H.M. Crombaghs, advocaat te Heerlen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Genomen besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit uitgangspunt geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het tegen het besluit ingestelde beroep ongegrond heeft bevonden.

2.3. In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling en de bouwvergunning niet mochten worden verleend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het, gelet op de geluidsmetingen die het college bij het nemen van de beslissing op bezwaar in zijn beoordeling heeft betrokken, niet op voorhand aannemelijk is dat verzoeker als gevolg van het bouwplan in zijn bedrijfsvoering zal worden belemmerd.

2.4. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. van den Ende, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Van den Ende
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2006

275.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon