Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200600359/1

Uitspraak 200600359/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AY0398
Datum uitspraak
5 juli 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 juni 2005 heeft verweerder zijn besluit van 16 december 2003 tot instemming met het saneringsplan van de locatie "In de Roes" te Ohé en Laak, gewijzigd wat het aantal peilbuizen betreft.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200600359/1.
Datum uitspraak: 5 juli 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Maasbracht,

en

het college van gedeputeerde staten van Limburg,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 juni 2005 heeft verweerder zijn besluit van 16 december 2003 tot instemming met het saneringsplan van de locatie "In de Roes" te Ohé en Laak, gewijzigd wat het aantal peilbuizen betreft.

Bij besluit van 11 oktober 2005 heeft verweerder het besluit van 21 juni 2005 ingetrokken.

Bij besluit van 29 november 2005 heeft verweerder het door appellant tegen het besluit van 21 juni 2005 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen het besluit van 29 november 2005 heeft appellant bij brief van 9 januari 2006, bij de Raad van State ingekomen 11 januari 2006, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 31 januari 2006.

Bij brief van 2 maart 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 juni 2006, waar appellant, in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door F. Lonnee
en drs. Y.H.H. de Man, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten, op dit geding van toepassing blijft.

2.2. Het dictum van het besluit van 21 juni 2005 luidt:

"Aanvullend op ons besluit van 16 december 2003, kenmerk 2003/55635, erop te wijzen dat in de plaats van "48 peilbuizen" (saneringsplan pagina 29) gelezen moet worden "28 peilbuizen".

2.3. De Afdeling stelt vast dat het besluit van 21 juni 2005 niet méér behelsde dan een correctie van een vermeende verschrijving van het aantal peilbuizen in het instemmingsbesluit van 16 december 2003. Bij besluit van 11 oktober 2005, waarbij het besluit van 21 juni 2005 is ingetrokken, is die - achteraf onjuist gebleken - correctie weer ongedaan gemaakt. Aldus geldt voor het aantal en de locatie van de peilbuizen uitsluitend hetgeen daarover is bepaald in het instemmingsbesluit van 16 december 2003. Wat dat betreft moet worden aangenomen dat appellant met het instellen van bezwaar tegen het besluit van 21 juni 2005 heeft verkregen wat hij daar rechtens mee kon bereiken.

Afgezien van die correctie bood het maken van bezwaar tegen het besluit van 21 juni 2005 appellant niet de mogelijkheid de inhoud van het al onherroepelijk vastgestelde instemmingsbesluit in rechte te betwisten, zoals appellant gezien de gronden van zijn bezwaarschrift heeft getracht. Onder die omstandigheden heeft verweerder in de beslissing op bezwaar dan ook terecht geconcludeerd dat het bezwaar van appellant tegen het besluit van 21 juni 2005 niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Ch.W. Mouton, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. drs. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.

w.g. Mouton w.g. Stolker
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2006

157-484.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon