Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200507233/1

Uitspraak 200507233/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AX9031
Datum uitspraak
21 juni 2006
Inhoudsindicatie
Bij brief van 15 juni 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert (hierna: het college) aan appellante medegedeeld dat aan [vergunninghouder] per 1 november 2003 van rechtswege bouwvergunning is verleend voor de wijzigingen die ten opzichte van de aan deze verleende bouwvergunning van 18 maart 2002 aan de garage op het perceel [locatie] te Weert zijn aangebracht.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200507233/1.
Datum uitspraak: 21 juni 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te Weert, waarvan de maten zijn [maten 1 en 2], beiden wonend te Weert,

tegen de uitspraak in zaak no. 04/1491 van de rechtbank Roermond van 5 juli 2005 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Weert.

1. Procesverloop

Bij brief van 15 juni 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert (hierna: het college) aan appellante medegedeeld dat aan [vergunninghouder] per 1 november 2003 van rechtswege bouwvergunning is verleend voor de wijzigingen die ten opzichte van de aan deze verleende bouwvergunning van 18 maart 2002 aan de garage op het perceel [locatie] te Weert zijn aangebracht.

Bij besluit van 2 november 2004 heeft het college het daartegen door appellante gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en voor het overige ongegrond, de bouwvergunning herroepen en alsnog bouwvergunning verleend voor de wijziging van de garage onder het voorschrift dat de garage/bergingen, waarvoor op 18 maart 2002 sloopvergunning is verleend, binnen twee weken nadat de bouwvergunning onherroepelijk is geworden, worden gesloopt.

Bij uitspraak van 5 juli 2005, verzonden op 8 juli 2005, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 17 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 27 september 2005. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 27 oktober 2005 heeft [vergunninghouder], die in de gelegenheid is gesteld als partij aan het geding deel te nemen, een reactie ingediend.

Bij brief van 8 november 2005 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 mei 2006, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. M.J.C. van der Hoff, advocaat te Veldhoven, en [maat 2], en het college, vertegenwoordigd door G.J.F.M. Vosdellen, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghouder], bijgestaan door mr. J.J.J. de Rooij, advocaat te Tilburg, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Niet in geschil is dat het bouwplan voor het grootste deel is voorzien op het kadastrale perceel […], waarop de burgerwoning [locatie] is gelegen. Dit perceel heeft ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bestemmingsplan art. 30 WRO buitengebied 1998" (hierna: het bestemmingsplan) de bestemming "Agrarisch gebied" met op plankaart 1:bestemmingen de nadere aanduiding "burgerwoning". Voor het overige is het bouwplan voorzien op het naastgelegen kadastrale perceel […] dat de bestemming "Agrarisch gebied" met de nadere aanduiding "kernrandgebied" heeft.

2.2. Ingevolge artikel 4.1.2., aanhef en onder b, aanhef en onder 4, van de planvoorschriften is in de binnen de bestemming "Agrarisch gebied" weergegeven landschappelijke differentiatie "kernrandgebied", voor zover thans van belang, uitsluitend een geringe toename van bebouwing aansluitend aan de bestaande bouwmassa’s toegestaan.

Ingevolge artikel 4.2.1., voor zover thans van belang, zijn op de tot "Agrarisch gebied" bestemde gronden uitsluitend toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van doeleinden omschreven in 4.1.

Ingevolge artikel 4.2.2., aanhef en onder b, voor zover thans van belang, is op of nabij de aanduiding "burgerwoning" op kaart 1:bestemmingen maximaal één burgerwoning toegestaan en bedraagt de totale oppervlakte van de bij de burgerwoning behorende vrijstaande bijgebouwen maximaal 70 m2.

2.3. Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college geen bouwvergunning mocht verlenen, omdat het bouwplan gedeeltelijk is voorzien op een perceel, waarop oprichten van een burgerwoning met bijgebouwen ingevolge het bestemmingsplan niet is toegestaan.

2.3.1. Dit betoog faalt. Het bestemmingsplan koppelt de mogelijkheid van het oprichten van een burgerwoning met daarbij behorende vrijstaande bijgebouwen niet aan een kadastraal perceel, maar staat dat toe op of nabij de aanduiding "burgerwoning" op de plankaart.

In dit geval voorziet het bouwplan in het oprichten van een vrijstaande garage bij een burgerwoning die ter plaatse volgens het bestemmingsplan is toegestaan. Dat de garage tevens gedeeltelijk op een perceel met de nadere aanduiding "kernrandgebied" is voorzien, maakt het bouwplan niet in strijd met het bestemmingsplan.

2.3.2. Dat een sloopvergunning niet als voorwaarde aan een bouwvergunning kan worden verbonden heeft appellante voor het eerst in hoger beroep aangevoerd. Gesteld noch gebleken is dat dit niet eerder kon gebeuren. Onder die omstandigheid kan het betoog niet leiden tot het ermee beoogde doel, vernietiging van de aangevallen uitspraak.

2.4. Dat laatste geldt ook voor hetgeen appellante aanvoert ten aanzien van de herplantplicht. Aan de verleende bouwvergunning is geen herplantplicht, als waar appellante op doelt, verbonden.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. W. van den Brink, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Schortinghuis
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2006

66-488.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon