Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200503274/1

Uitspraak 200503274/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AV1820
Datum uitspraak
7 juni 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 augustus 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden (hierna: het college) geweigerd om naar aanleiding van een klacht van appellant sub 2, toepassing te geven aan artikel 14 van de Woningwet met betrekking tot een woning aan de [locatie] te [plaats] (hierna: de woning).
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200503274/1.
Datum uitspraak: 2 juni 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats], gemeente Rheden,
2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats], gemeente Overbetuwe,

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 04/327 en 04/471 van de rechtbank Arnhem van 3 maart 2005 in het geding tussen:

appellant sub 2,
appellant sub 1,

en

het college van burgemeester en wethouders van Rheden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden (hierna: het college) geweigerd om naar aanleiding van een klacht van appellant sub 2, toepassing te geven aan artikel 14 van de Woningwet met betrekking tot een woning aan de [locatie] te [plaats] (hierna: de woning).

Bij besluit van 30 januari 2001 heeft het college het daartegen door [appellant sub 2] gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 28 augustus 2000 ingetrokken. Tevens heeft het college daarbij appellant sub 1 (hierna: [appellant sub 1]) onder aanzegging van bestuursdwang op grond van artikel 14 van de Woningwet aangeschreven om binnen zes weken na de datum van verzending van het besluit een plan op te stellen met betrekking tot het herstellen van zes nader omschreven gebreken aan de woning en dit plan, na goedkeuring door het college, binnen twaalf weken uit te voeren.

Bij besluit van 29 juni 2001 heeft het college het daartegen door [appellant sub 1] gemaakte bezwaar, voor zover dat is gericht tegen het intrekken van het besluit van 28 augustus 2000 niet-ontvankelijk verklaard, het bezwaar voor zover gericht tegen de extra vluchtweg en de hemelwaterafvoer gegrond verklaard en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard. Tevens heeft het college daarbij het besluit van 30 januari 2001 herroepen en een nieuw, gewijzigd, besluit genomen waarbij [appellant sub 1] wederom onder aanzegging van bestuursdwang op grond van de artikelen 14 en 25 van de Woningwet is aangeschreven om binnen zes weken na datum van verzending van het besluit een plan op te stellen met betrekking tot het herstellen van zes nader omschreven gebreken aan de woning en dit plan binnen twaalf weken, na goedkeuring door het college, uit te voeren.

Bij uitspraak van 14 oktober 2002, verzonden op die dag, heeft de rechtbank te Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen door [appellant sub 1] ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard voor zover gericht tegen het besluit van 30 januari 2001 en gegrond verklaard voor zover betrekking hebbend op het plafond en de muren van de stookkelder en de hemelwaterafvoeren en het besluit van 29 juni 2001 in zoverre vernietigd.

Bij uitspraak van 30 juli 2003 in zaak nr. 200205643/1 heeft de Afdeling het daartegen door [appellant sub 2] ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk en het door Schothorst ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, en de aangevallen uitspraak, voorzover daarbij ongegrond is verklaard het beroep van [appellant sub 1] gericht tegen het besluit van het college van 29 juni 2001, met betrekking tot de in de uitspraak genoemde onderdelen b, c, d en e, vernietigd, het beroep van [appellant sub 1] bij de rechtbank alsnog geheel gegrond verklaard en het besluit van het college van 29 juni 2001 ook op die onderdelen vernietigd, die de rechtbank in stand heeft gelaten.
Bij besluit van 20 januari 2004 heeft het college, opnieuw beslissend, het tegen het besluit van 28 augustus 2000 door [appellant sub 2] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 3 maart 2005, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant sub 1] bij brief van 10 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2005, en [appellant sub 2] bij brief van 13 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. [appellant sub 1] heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 11 mei 2005. [appellant sub 2] heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 15 april 2005. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 26 juni 2005 heeft [appellant sub 2] een reactie ingediend.

Bij brief van 30 juni 2005 heeft [appellant sub 1] een reactie ingediend.

Bij brief van 5 juli 2005 heeft het college van antwoord gediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van [appellant sub 1] en van [appellant sub 2]. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 januari 2006, waar [appellant sub 1] in persoon, bijgestaan door mr. M.L.E. van Swelm, advocaat te Arnhem, [appellant sub 2] in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. P.C.M. Heinen, advocaat te Arnhem, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Gebleken is dat de Afdeling in de uitspraak van 15 februari 2006 abusievelijk een oordeel heeft gegeven inzake het in het hoger beroepschrift door [appellant sub 2] gedane doch ter zitting door hem ingetrokken verzoek om vergoeding van de schade op grond van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling ziet hierin aanleiding de uitspraak van 15 februari 2006 vervallen te verklaren en thans tegelijkertijd opnieuw uitspraak te doen op de door appellanten ingestelde hoger beroepen. De Afdeling heeft, met toestemming van partijen, bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

De Afdeling overweegt als volgt.

2.2. Het betoog van [appellant sub 2] dat door [appellant sub 1] eerst buiten de daarvoor gestelde termijn de gronden waarop het hoger beroep rust zijn aangevuld treft geen doel, nu deze gronden zijn ingediend binnen de aan [appellant sub 1] daartoe gegunde termijn die liep tot en met 12 mei 2005.

2.3. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben betoogd dat de rechtbank de door hun ingediende beroepen ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2.4. Anders dan [appellant sub 1] betoogt heeft de rechtbank terecht aangenomen dat hij geen procesbelang meer had bij een inhoudelijk oordeel over zijn beroep, nu hij bij het besluit van 20 januari 2004 niet alsnog is geconfronteerd met het opleggen van een last en hij door middel van het instellen van beroep niet meer dan dat kon bereiken.

De rechtbank is er daarbij terecht vanuit gegaan dat slechts het bestreden besluit van 20 januari 2004 thans onderwerp van geschil kan zijn.

Ook in de verrichte controles in het pand, nog daargelaten dat [appellant sub 1] niet de bewoner is van dit pand, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien procesbelang aan te nemen, nu dit betoog slechts ziet op feitelijk handelen dat niet kan worden aangemerkt als een gevolg van het besluit van 20 januari 2004.

De rechtbank heeft het beroep van [appellant sub 1] dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.5. Vast staat dat [appellant sub 2] de woning inmiddels niet meer bewoont en evenmin anderszins enig recht met betrekking tot die woning heeft. De schade die [appellant sub 2] stelt te hebben geleden heeft zich voorafgaand aan bestreden beslissing op bezwaar van 20 januari 2004 voorgedaan. Niet aannemelijk is geworden dat de door [appellant sub 2] gestelde schade een gevolg is van het thans in geding zijnde besluit dat is genomen op grond van de ten tijde van dat besluit bestaande situatie. De vraag of het college ten tijde van het primaire besluit van 28 augustus 2000 terecht geweigerd heeft de door [appellant sub 2] verlangde aanschrijving te doen uitgaan speelt bij de toetsing van het besluit dat in beroep ter beoordeling stond geen rol. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat hij geen processueel belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit, en het beroep van [appellant sub 2] terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.6. De hoger beroepen zijn ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 15 februari 2006 in zaak no. 200503274/1 vervallen;

II. bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. W. van den Brink, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Lodder
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2006

17-444.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon