Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200509067/1

Uitspraak 200509067/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AX6338
Datum uitspraak
31 mei 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 april 2005 heeft verweerder aan appellante een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer op de bodem brengen van rottend kuilvoer.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200509067/1.
Datum uitspraak: 31 mei 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Veghel,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 april 2005 heeft verweerder aan appellante een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer op de bodem brengen van rottend kuilvoer.

Bij besluit van 20 september 2005, op dezelfde dag verzonden, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar voor wat betreft de motivering gegrond en voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 31 oktober 2005, bij de Raad van State op dezelfde dag per fax ingekomen, beroep ingesteld.
De gronden zijn aangevuld bij brief van 30 november 2005.

Bij brief van 27 januari 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 mei 2006, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en mr. W.G. Catricum, en verweerder, vertegenwoordigd door T.J.M. Bockting, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot toepassing van bestuursdwang.

Ingevolge artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

Ingevolge artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer wordt in deze wet en de daarop rustende bepalingen onder afvalstoffen verstaan: alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.

Of sprake is van een afvalstof moet worden beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden, waarbij rekening moet worden gehouden met de doelstelling van richtlijn 75/442/EEG, terwijl ervoor moet worden gewaakt dat geen afbreuk wordt gedaan aan de doeltreffendheid daarvan (arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 15 juni 2000, Arco Chemie Nederland e.a., C-418/97 en C-419/97, AB 2000, 311).

Ingevolge artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer is het verboden om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden.

2.2. Appellante betoogt dat verweerder ten onrechte een last onder dwangsom aan haar heeft opgelegd. Zij betwist dat zich een overtreding van artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer heeft voorgedaan, aangezien het op het land gebrachte kuilvoer volgens haar niet is aan te merken als afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Hiertoe voert zij onder meer aan dat de productie van kuilvoer wel degelijk was beoogd en dat deze productie tevens kan worden gestuurd.

2.3. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het in de inrichting aanwezig kuilvoer is geproduceerd met het doel om als veevoeder te dienen en dat het op het land is gebracht omdat het hiervoor niet meer geschikt was. Het betreft derhalve een restproduct dat niet meer geschikt of beoogd is voor de oorspronkelijke bestemming. Dat de productie van kuilvoer beoogd en stuurbaar was, zoals appellante betoogt, maakt dit niet anders. Van belang is dat het ontstaan van rottend kuilvoer niet beoogd en stuurbaar was. In deze feiten en omstandigheden ligt naar het oordeel van de Afdeling voldoende aanwijzing besloten dat appellante zich van het kuilvoer heeft ontdaan in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat het op het land gebrachte kuilvoer moet worden aangemerkt als een afvalstof in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer en dat artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer is overtreden. Verweerder was derhalve bevoegd handhavend op te treden.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H. Beekhuis, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Beekhuis w.g. Van Hardeveld
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2006

312-493.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon