Uitspraak 200808470/3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2008:72
- Datum uitspraak
- 19 december 2008
- Inhoudsindicatie
- Ter zitting van 8 december 2008 heeft mr. M. Oosting (hierna: de staatsraad) als waarnemend voorzitter van de Afdeling het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening van [verzoekster] in de zaak no. 200808470/2 (hierna: de zaak) tussen [verzoekster] en het college van burgemeester en wethouders van Den Helder behandeld. Na afloop van de zitting heeft [verzoekster] schriftelijk verzocht om wraking van de staatsraad.
- Wraking
- Milieu - Overige
Toon inhoud
200808470/3.
Datum beslissing: 19 december 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
om wraking (artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht).
1. Procesverloop
Ter zitting van 8 december 2008 heeft mr. M. Oosting (hierna: de staatsraad) als waarnemend voorzitter van de Afdeling het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening van [verzoekster] in de zaak no. 200808470/2 (hierna: de zaak) tussen [verzoekster] en het college van burgemeester en wethouders van Den Helder behandeld. Na afloop van de zitting heeft [verzoekster] schriftelijk verzocht om wraking van de staatsraad.
De staatsraad heeft niet in de wraking berust.
De Afdeling heeft het wrakingsverzoek ter openbare zitting behandeld op 16 december 2008, waar [verzoekster], in persoon en bijgestaan door [gemachtigde], en de staatsraad, zijn gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2. Als reden voor het verzoek om wraking heeft [verzoekster] aangevoerd dat bij de behandeling van de zaak ter zitting de houding en attitude van de staatsraad en hetgeen ter tafel kwam naar haar oordeel getuigden van een vooringenomenheid bij de staatsraad. In dit verband wijst zij erop dat zij niet dan wel onvoldoende heeft kunnen reageren op hetgeen de staatsraad naar voren bracht. Door elke discussie uit de weg te gaan en af te kappen stond waarheidsvinding bij de behandeling van de zaak ter zitting niet centraal, aldus [verzoekster], en is naar haar mening het beginsel van hoor en wederhoor geschonden.
2.3. De Afdeling stelt vast dat het wrakingsverzoek is gericht tegen de procesgang op de zitting van 8 december 2008. Uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal kan worden afgeleid dat beide partijen de gelegenheid is geboden hun pleitnotities voor te dragen, dat door de staatsraad vragen zijn gesteld naar onder meer het spoedeisende belang van [verzoekster] bij het treffen van een voorlopige voorziening en dat aan beide partijen de gelegenheid is geboden om slotopmerkingen te maken. Van een schending van het beginsel van hoor en wederhoor is naar het oordeel van de Afdeling geen sprake geweest, zodat er geen grond is voor het oordeel dat uit dien hoofde sprake was van vooringenomenheid van de staatsraad jegens één van de partijen dan wel dat de vrees daarvoor gerechtvaardigd is. Omtrent de procesgang ter zitting overweegt de Afdeling verder dat de staatsraad, naar uit het proces-verbaal blijkt en door hem bij de behandeling van het verzoek om wraking ter zitting nader is toegelicht, ter voorlichting van partijen erop heeft gewezen dat tegen een brief tot aankondiging van een bedrijfscontrole dan wel tegen feitelijk handelen door toezichthouders geen rechtsbescherming bij de bestuursrechter openstaat. Ook in hetgeen [verzoekster] heeft aangevoerd over de wijze waarop de staatsraad de zaak op dit punt ter zitting heeft behandeld, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat sprake was van vooringenomenheid van de staatsraad jegens één van de partijen dan wel dat de vrees daarvoor gerechtvaardigd is.
2.4. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. M.G.J. Parkins-de Vin en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.A.M. van Hamond, ambtenaar van Staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Van Hamond
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2008
446.