Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200806535/1

Uitspraak 200806535/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2008:BG5357
Datum uitspraak
26 november 2008
Inhoudsindicatie
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 augustus 2008, heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 30 juni 2008.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200806535/1.
Datum uitspraak: 26 november 2008

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/1448 van de rechtbank Zutphen van 30 juni 2008 in het geding tussen:

[appellant]

en

het hoofd van de afdeling Financiën en Belastingen van de gemeente Apeldoorn.

1. Procesverloop

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 augustus 2008, heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 30 juni 2008.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 5 november 2008.

2. Overwegingen

2.1. De aangevallen uitspraak is verzonden op 8 juli 2008, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is aangevangen op 9 juli 2008 en geëindigd op 19 augustus 2008.

Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

2.2. Vaststaat dat het hoger-beroepschrift van [appellant] buiten de termijn voor het indienen ervan bij de Afdeling is ingekomen. Voor de beantwoording van de vraag of een per post verzonden beroepschrift tijdig is ingediend, dient in een dergelijk geval te worden aangesloten bij de verzendtheorie zoals verwoord in artikel 6:9, tweede lid, van de Awb. Ingevolge artikel 6:9, tweede lid, is een geschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Ingeval artikel 6:9, tweede lid, toepassing vindt, rust op de indiener van het geschrift de last aannemelijk te maken dat het tijdig ter post is bezorgd. Bij verzending per post geldt in beginsel de datum zoals aangegeven door TNT Post op de envelop dan wel het bewijs van aangetekende verzending, als bewijs dat een stuk tijdig ter post is bezorgd.

Uit de envelop waarin het hoger-beroepschrift is ingekomen blijkt niet dat deze reeds op 19 augustus 2008 ter post is bezorgd. Voorts is dit niet aangetekend verzonden. Gezien de datum van het poststempel moet het ervoor worden gehouden dat [appellant] het hoger-beroepschrift eerst op 20 augustus 2008 ter post heeft bezorgd en niet binnen de termijn heeft ingediend. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij het geschrift een dag eerder ter post heeft bezorgd. In dit verband merkt de Afdeling op dat het voor zijn eigen risico komt, indien een hoger-beroepschrift eerst op de laatste dag van de termijn ter verzending per gewone post in een brievenbus wordt gedeponeerd.

2.3. Voorts is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellant] in verzuim is geweest.

2.4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Bijloos w.g. Van Hardeveld
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2008

312.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon