Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200708410/1

Uitspraak 200708410/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2008:BF2126
Datum uitspraak
24 september 2008
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 mei 2006 heeft de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch (hierna: de raad) de aanvraag van [appellante] om een toevoeging buiten behandeling gesteld.
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200708410/1.
Datum uitspraak: 24 september 2008

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/4873 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 18 oktober 2007 in het geding tussen:

[appellante]

en

de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 mei 2006 heeft de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch (hierna: de raad) de aanvraag van [appellante] om een toevoeging buiten behandeling gesteld.

Bij besluit van 30 oktober 2006 heeft de raad het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 oktober 2007, verzonden op 22 oktober 2007, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 december 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 juni 2008.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 augustus 2008. Hoewel behoorlijk uitgenodigd, zijn partijen toen niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 25, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb), voor zover thans van belang, wordt bij de aanvraag om een toevoeging een door de burgemeester van de woonplaats van de rechtzoekende kosteloos af te geven verklaring overgelegd.

Ingevolge het vierde lid, voor zover thans van belang, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde verklaring en de daarbij over te leggen bewijsstukken.

Deze nadere regels zijn vastgelegd in de Regeling gegevensverstrekking draagkracht rechtzoekenden (hierna: de regeling).

Ingevolge artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, van de regeling legt de rechtzoekende bij de aanvraag de meest recente, originele bewijsstukken over ten aanzien van de op het formulier verstrekte gegevens. Als bewijsstuk wordt onder meer aangemerkt een bewijs van betaling van een uitkering krachtens een sociale verzekerings- of voorzieningsregeling dan wel krachtens een pensioenregeling.

2.2. [appellante] heeft bij brief van 21 februari 2006 een toevoeging aangevraagd ter zake een pensioenverevening in een boedelscheiding. Hierop heeft de raad, voor zover thans van belang, verzocht om een kopie van de uitkeringsspecificatie over de maand direct voorafgaande aan de aanvraag over te leggen. Bij brief van 21 april 2006 heeft de raad aan [appellante] te kennen gegeven dat de uitkeringsspecificatie vóór 19 mei 2006 diende te zijn overgelegd. Op 19 mei 2006 heeft [appellante] haar jaaropgave van de Sociale verzekeringsbank over het jaar 2005 per fax aan de raad toegezonden.

Aan het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 mei 2006 heeft de raad ten grondslag gelegd dat [appellante], ondanks dat zij hiertoe in de gelegenheid is gesteld, geen specificatie van haar uitkering heeft overgelegd.

2.3. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de raad haar aanvraag om een toevoeging niet in redelijkheid buiten behandeling heeft kunnen stellen, nu het voor haar niet mogelijk was een uitkeringsspecificatie van de Sociale verzekeringsbank over te leggen, omdat zij deze voor de maanden januari en februari 2006 niet heeft ontvangen. Zij stelt voorts dat zij alle van belang zijnde informatie voor de beoordeling van haar financiële situatie aan de raad heeft overgelegd.

2.3.1. Dit betoog faalt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het standpunt van de raad dat het voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen van de rechtzoekende noodzakelijk is inzicht te hebben in het brutobedrag van de uitkering, alsmede de periode waarin de uitkering is dan wel zal worden verstrekt, niet onredelijk is. Nog daargelaten dat de jaaropgave niet vóór 19 mei 2006 doch eerst op 19 mei 2006 is overgelegd, kan, anders dan [appellante] stelt, voormelde informatie niet uit dit stuk worden afgeleid. Nu de raad heeft verzocht een kopie van de uitkeringsspecificatie over te leggen en [appellante] dit niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft gedaan, heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de raad de aanvraag niet in redelijkheid ingevolge artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling heeft kunnen laten.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Klein
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2008

176-538.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon