Uitspraak 200805492/1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2008:1396
- Datum uitspraak
- 31 juli 2008
- Inhoudsindicatie
- 805492/1.
- Voorlopige voorziening
- Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
Toon inhoud
200805492/1.
Datum uitspraak: 31 juli 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], gevestigd te [plaats], gemeente Rucphen,
en
het college van burgemeester en wethouders van Rucphen,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 31 juli 2008 om 11.00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. K. Brink voorzitter (vz.)
Ambtenaar van Staat: mr. W.G. Timmerman
Verschenen:
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J. van Groningen, advocaat te Middelharnis;
Het college van burgemeester en wethouders van Rucphen (hierna: het college), vertegenwoordigd door M. Sijmens, werkzaam bij de gemeente, en B. Wouters, werkzaam bij de Regionale Milieudienst West-Brabant.
1. Procesverloop
Het verzoek richt zich tegen het besluit van het college van 7 juli 2008, waarbij aan [verzoekster] een last onder dwangsom is opgelegd vanwege overtreding van voorschrift 5.9.10 van de aan haar bij besluit van 16 januari 2007 verleende vergunning. De begunstigingstermijn bedraagt drie weken.
De voorzitter
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van 7 juli 2008, kenmerk GW /MVA/UA08/05438, voor zover het de begunstigingstermijn betreft;
II. treft de voorlopige voorziening dat de begunstigingstermijn acht weken bedraagt, te rekenen vanaf de datum van het bestreden besluit;
III. veroordeelt het college tot vergoeding van bij [verzoekster] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 670,88 (zegge: zeshonderdzeventig euro en achtentachtig cent), waarvan € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Rucphen aan [verzoekster] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;
IV. gelast dat de gemeente Rucphen aan [verzoekster] het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) vergoedt.
Daartoe overweegt hij het volgende.
Het college is bevoegd om de last onder dwangsom op te leggen.
De last is voldoende bepaald. Daarin wordt ondubbelzinnig stal 6 genoemd die buiten gebruik dient te worden gesteld.
De voorzitter acht handhavend optreden in dit geval niet onevenredig.
Weliswaar heeft het college onderzoek gedaan naar de te stellen begunstigingstermijn, maar de voorzitter acht deze termijn, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, te kort om op een redelijke wijze aan de last te kunnen voldoen.
De voorzitter vindt gelet op het vorenstaande aanleiding tot het treffen van de hierboven vermelde voorlopige voorziening.
w.g. Brink w.g. Timmerman
voorzitter ambtenaar van Staat
431.