Uitspraak 200702488/1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2007:BB8944
- Datum uitspraak
- 28 november 2007
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 20 oktober 2005 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de staatssecretaris) de vennootschap onder firma (hierna: een boete opgelegd van ˆ 24.
- Hoger beroep
- Wet arbeid vreemdelingen
Toon inhoud
s Raad vanState 200702488/1. Datum uitspraak: 28 november 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de vennootschap onder firma gevestigd te waarvan de vennoten zijn wonend te en wonend te appellante, tegen de uitspraak in zaak nr. 06/678 van de rechtbank Middelburg van 26 februari 2007 in het geding tussen: appellante en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 200702488/1 2 28 november 2007 1. Procesverloop Bij besluit van 20 oktober 2005 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de staatssecretaris) de vennootschap onder firma (hierna: een boete opgelegd van ˆ 24.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav). Bij besluit van 1 mei 2006 heeft de staatssecretaris het daartegen door gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 26 februari 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Middelburg (hierna: de rechtbank) het daartegen door ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 8 mei 2007. Deze brieven zijn aangehecht. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de minister) heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 oktober 2007, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. F.P.A. Fikken, werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en vertegenwoordigd door mr. D. Vermaat, advocaat te Papendrecht, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wav is het een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. Ingevolge artikel 18, voor zover thans van belang, wordt het niet naleven van de artikelen 2, eerste lid, als beboetbaar feit aangemerkt. Ingevolge artikel 19a, eerste lid, legt een daartoe door de minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar namens hem de boete op aan degene op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als een beboetbaar feit. Volgens beleidsregel 1 van de beleidsregels boeteoplegging Wav, zoals die ten tijde van belang luidden, wordt bij de berekening van een boete, als bedoeld in artikel 1 9a, eerste lid, voor alle beboetbare feiten als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die zijn neergelegd in de 'Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen' (hierna: de Tarieflijst), die als bijlage bij de beleidsregels is gevoegd. Volgens de Tarieflijst is het boetenormbedrag voor overtreding van artikel 2, eerste lid, per persoon per beboetbaar feit op ˆ 8.000 gesteld. 200702488/1 3 28 november 2007 2.2. • betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wav heeft gehandeld. De rechtbank heeft niet onderkend dat de vreemdelingen die zich ten tijde van de controle in de keuken bevonden geen arbeid hebben verricht, maar zij door om humanitaire redenen van voedsel zijn voorzien. Voorts heeft de rechtbank volgens ' „ ten onrechte overwogen dat geen sprake is van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. De staatssecretaris had nader moeten onderzoeken of de twee vreemdelingen die zich in de keuken bevonden daadwerkelijk aan het werk waren, waarbij gezien de kleinschaligheid van het restaurant van belang is dat zij geen behoefte had aan extra arbeidskrachten, aldus 2.2.1. Blijkens het op ambtseed onderscheidenlijk ambtsbelofte door inspecteurs van de Arbeidsinspectie opgemaakte boeterapport van 1 juli 2005 stond een van de vreemdelingen op het tijdstip van de controle achter de bar van het restaurant en waren de andere twee vreemdelingen in de keuken bezig met het hakken van vlees op een hakblok, het vullen van plastic bakjes met bami en het roeren in een wok met loempia's. Voorts hebben twee van de vreemdelingen blijkens het bij het boeterapport behorende proces-verbaal verklaard dat zij sinds vijf onderscheidenlijk zeven dagen werkzaam waren in de zaak van en heeft de derde vreemdeling verklaard dat hij in de keuken heeft geholpen met het pakken van bakjes en het vullen van deze bakjes met rijst en bami. Dit zijn gedragingen die passen in de normale bedrijfsuitvoering van een restaurant zoals Voorts blijkt, anders dan betoogt, ook uit de door haar vennoten afgelegde verklaringen dat de vreemdelingen in het restaurant werkzaamheden hebben verricht. 2.2.2. Gelet op het vorenstaande is sprake van arbeid in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wav. De door in hoger beroep overgelegde verklaringen doen aan het boeterapport niet af, reeds omdat die geen betrekking hebben op de geconstateerde feiten. Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris niet heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, als door is betoogd. Het betoog faalt. 2.3. betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte geen grond heeft gevonden voor het oordeel dat de staatssecretaris in de bijzondere omstandigheden van dit geval aanleiding had moeten vinden de boete te matigen. Daartoe voert zij aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat haar financiele positie niet als een zodanige omstandigheid is aan te merken, aangezien het boetebedrag de totale jaarwinst van haar onderneming overstijgt. Voorts heeft zij een van de vreemdelingen uitdrukkelijk naar haar verblijfsvergunning gevraagd, maar vond de controle van de Arbeidsinspectie plaats voordat de vreemdeling haar deze heeft getoond, aldus heeft ter zitting van de Afdeling toegelicht. 200702488/1 4 28 november 2007 2.3.1. De stelling van dat het boetebedrag de totale jaarwinst van haar onderneming overstijgt, is niet aannemelijk gemaakt, daargelaten dat een dergelijke omstandigheid op zichzelf niet leidt tot het oordeel dat de staatssecretaris hierin aanleiding had moeten vinden de boete te matigen, gelet op de voornaamste doelstelling van de boete in de Wav om illegale tewerkstelling te voorkomen en te ontmoedigen. Voorts heeft , door ook de desbetreffende vreemdeling arbeid te laten verrichten zonder dat zij zich er eerst van had vergewist dat hiervoor geen tewerkstellingsvergunning was vereist, het risico genomen dat zij artikel 2, eerste lid, van de Wav zou overtreden. De rechtbank heeft derhalve terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de staatssecretaris de boete had moeten matigen. Het betoog faalt. 2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 200702488/1 5 28 november 2007 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. M.A.A, Mondt-Schouten, Leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, ambtenaar van Staat. w.g. Parkins-de Vin w.g. Beerse Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2007 382-491-485. Verzonden: 28 november 2007 Voor eensluidend afschrift, de Secretaris van de Raad van State, voor deze, directeur Bestuursrechtspraak /^v Ministerie van Sociale Zaken w en Werkgelegenheid SZ :'hlvLMEN ?I»OS Vermaat & De Boom Advocaten Postbus 11563 2502 AN Den Haag T.a.v. de heer mr. D. Vermaat Laan van Nieuw Oost Indie 125 Postbus 71 Telefoon (070) 333 44 44 Telefax (070) 333 40 02 2990 AB BARENDRECHT www.arbeidsinspectie.szw.nl Uw brief Ons kenmerk Doorkies nummer 30 november 2005 AI/JZ/2006/37134 (070)333 4481 Onderwerp Datum Contactpersoon Beslissing op bezwaar mr. Van der Kamp 01 MEI 2006 Geachte heer Vermaat, Bij brief van 30 november 2005 heeft u namens (hierna: een bezwaarschrift ingediend, gericht tegen de beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 oktober 2005, kenmerk 070502102/03, waarbij aan u een boete is opgelegd van ˆ 24.000,- vanwege overtreding van artikel 2 lid 1 van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: Wav). Hierbij doe ik u de beslissing op uw bezwaarschrift toekomen. A. Feiten Op 13 maart 2005 omstreeks 18.40 uur bezochten twee inspecteurs van de Arbeidsinspectie restaurant aan de in _ . Daar zagen zij in de keuken vier personen keuken werkzaamheden verrichten, onder wie de vreemdelingen de heer ;n de heer Beiden hadden de Chinese nationaliteit en zijn met behulp van een tolk gehoord. Verder troffen de inspecteurs achter de bar van het restaurant mevrouw '. aan, die eveneens de Chinese nationaliteit had. Zij beschikte over het zogeheten W-document met vermelding "specifieke arbeid toegestaan, tewerkstellingsvergunning vereist". Voornoemde personen bleken vreemdelingen in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw) te zijn, zodat uw client voor hen in het bezit van een tewerkstellingsvergunning diende te zijn. Uw client beschikte echter niet over deze vergunning. De inspecteurs constateerden derhalve drie overtredingen van artikel 2 lid 1 van de Wav. Op 24 maart 2005 zijn de beide eigenaren van en gehoord. Op 1 juli 2005 is het boeterapport op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt, ondertekend en ingezonden aan de boeteoplegger te Den Haag. Op 12 september 2005 is op de hoogte gesteld van het voornemen om een boete op te leggen wegens overtreding van artikel 2 lid 1 van de Wav. Op 27 september 2005 heeft u naar aanleiding van dit voornemen schriftelijk uw zienswijze gegeven. Op 20 oktober 2005 is de bestreden boetebeschikking genomen. SZ" * B. Bezwaarschrift U herhaalt datgene wat al in de zienswijze is gesteld, namelijk dat de heren _ en zich weliswaar in de keuken bevonden, echter niet om arbeid te verrichten maar om te eten. Zij hadden om eten gevraagd en om humanitaire redenen heeft uw client aan dit verzoek voldaan. Het restaurant beschikt bovendien over voldoende personeel en het heeft, gezien ook de omzet, geen extra personeel nodig. Ten aanzien van mevrouw heeft uw client verklaard dat zij inderdaad als serveerster in het restaurant werkzaam was. Zij heeft aangegeven dat zij over een verblijfs- en werkvergunning zou beschikken. Naar nu blijkt, heeft zij hierover gelogen. Namens uw client heeft u gesteld dat er geen kwade opzet in het spel is, doch dat sprake is van nadviteit waarvan uw client het slachtoffer is geworden. Om die reden vraagt u om vernietiging van het bestreden besluit. Mocht dit primaire bezwaar ongegrond worden verklaard, dan vindt u dat de opgelegde boete niet in stand kan blijven, nu de boete niet in verhouding staat tot de omzet van het bedrijf en de gerealiseerde winst. Indien al iets valt te verwijten, meent u dat de opgelegde boete in ieder geval moet worden gematigd, waarbij het vermogen, de omzet van het bedrijf en de gerealiseerde winst in aanmerking worden genomen. C. Wettelijk kader Artikel 2, eerste lid van de Wav bepaalt dat het een werkgever is verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. In artikel 1, eerste lid, sub b onder 1 van de Wav wordt als werkgever aangemerkt, degene die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf een ander arbeid laat verrichten. In het eerste lid, aanhef en sub c van dit artikel wordt bepaald wat onder een vreemdeling wordt verstaan. Aangesloten wordt bij de Vreemdelingenwet 2000. In artikel 18 van de Wav is overtreding van artikel 2 van de Wav als beboetbaar feit aangemerkt. Op grond van de Beleidsregels boeteoplegging Wav (hierna: Beleidsregels), met name de beleidsregels 2 en 4, bedraagt de bestuurlijke boete voor overtreding van artikel 2, eerste lid, Wav voor een rechtspersoon ˆ 8.000,- per aangetroffen vreemdeling. D. Hoorzitting Gelet op artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht bent u in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift mondeling toe te lichten. U heeft hiervan gebruik gemaakt. De hoorzitting vond plaats op 16 februari 2005. Het verslag van de hoorzitting is als bijlage bij deze beschikking gevoegd. E. Overwegingen Ten aanzien van de vreemdelingen _ en heeft u aangevoerd dat zij geen arbeid verrichtten in de keuken van het restaurant. De deel dit standpunt niet. Uit het op ambtseed, respectievelijk ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van de Arbeidsinspectie blijkt namelijk dat de controlerende inspecteurs van de Arbeidsinspectie hebben waargenomen dat de genoemde vreemdelingen in de keuken wel degelijk arbeid verrichtten. Zo is geconstateerd dat de heer bezig was met het hakken van vlees op een hakblok en dat de heer bezig was met het vullen van plastic bakjes szr * met bami en met het roeren in een wok met loempia's. Ook uit de werkkleding van beide vreemdelingen, zij droegen beiden onder meer een vies shirt en een besmeurde broek, bleek dat zij keukenwerkzaamheden verrichtten. Zowel als hebben bevestigd dat zij deze werkzaamheden verrichtten. De heb geen reden om aan de juistheid van de constateringen van de inspecteurs te twijfelen. Uw verklaring dat beide vreemdelingen alleen langs kwamen om te eten, vind ik niet aannemelijk. Bc blijf er dan ook bij dat u ten aanzien van deze twee vreemdelingen artikel 2 lid 1 van de Wav heeft overtreden. Ten aanzien van mevrouw heeft uw client de overtreding van artikel 2 lid 1 van de Wav niet betwist, maar gesteld dat deze overtreding niet met opzet is begaan. Voor de vaststelling van een overtreding van artikel 2 lid 1 van de Wav is het niet noodzakelijk dat er sprake moet zijn van opzet. Uw client dient als werkgever te voldoen aan de bepalingen van de Wav. Verder bent u van mening dat de boete in ieder geval kwijtgescholden of gematigd moet worden omdat de boete in geen verhouding staat tot de omzet van het bedrijf en de gerealiseerde winst. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Beleidsregels opgesteld met betrekking tot de wijze van berekenen en opleggen van de bestuurlijke boete in het kader van de Wav en de daarop berustende bepalingen. Op grond van Beleidsregel 1 wordt bij de berekening van een boete als bedoeld in artikel 19a, eerste lid Wav voor alle beboetbare feiten als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die zijn neergelegd in de "Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete Wav". Op grond van de genoemde tarieflijst wordt per overtreding van het bepaalde in artikel 2, eerste lid van de Wav een boete van ˆ 8.000,- opgelegd. Afwijking van de Beleidsregels is geboden als toepassing van de Beleidsregels gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de Beleidsregels te dienen doelen. In dat geval geeft artikel 4:84 Awb aan dat van de Beleidsregels moet worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden gaat het om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter. Er is echter niet gebleken van bijzondere omstandigheden die mij op grond van artikel 4:84 Awb noodzaken tot afwijking van mijn beleid. Het vermogen, de omzet van het bedrijf en de gerealiseerde winst zijn geen reden om de boete te matigen of in te trekken. Immers, hieruit blijkt niet van evidente bijzondere omstandigheden met een zeer uitzonderlijk karakter. De concludeer daarom dat terecht een boete is opgelegd van ˆ 8.000,- wegens overtreding van artikel 2, eerste lid van de Wav. SZ w F. Beslissing De concludeer dat de boete in overeenstemming met de vigerende regelgeving is opgelegd. Het bezwaarschrift geeft geen aanleiding het bestreden besluit in te trekken dan wel de opgelegde boete te matigen. Ik verklaar uw bezwaarschrift dan ook ongegrond. Dit betekent dat de beschikking van 20 oktober 2005 ongewijzigd in stand blijft. Hoogachtend, De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, Algemeen Directeur van de Arbeidsinspectie, (o/J.J.M.Uijlenbroek) Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht kan tegen deze beschikking beroep worden ingesteld door degene wiens belang rechtstreeks bij deze beschikking betrokken is. Daartoe moet binnen zes weken na de datum van verzending van deze beschikking een beroepschrift met een kopie van deze beschikking worden ingediend bij de sector bestuursrecht van de rechtbank van de woonplaats van degene die het beroep instelt. Opgemerkt wordt dat Vlissingen ligt binnen het rechtsgebied van de Rechtbank Middelburg, Postbus 5015,4330 KA te Middelburg. Het beroepschrift dient te worden ondertekend en ten minste te bevatten de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van deze beschikking alsmede de reden(en) waarom de beschikking niet juist wordt gevonden. Voor de behandeling van het beroepschrift is griffierecht verschuldigd. DOC. No.031 06.04.'07 14:41 ID:VERMAAT & DE BOOM ADV. FAX=0180619150 PAGS. uitspraak RECHTBANK MIDDELBURG Sector bestuursrecht AWB nummer: 06/678 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken inzake gevestigd te eiseres, gemachtigde mr. D. Vermaat, advocaat te Barend recht, tegen de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid» gevestigd te 's-Gravenhage, verweerder. I. Procesverloop Bij besluit van 1 mei 2006 beeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit van 20 oktober 2005, waarin verweerder krachtens de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) haar een boete van ˆ 24.000,- heeft opgelegd, ongegrond verklaard. Eiseres heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het besluit van 1 mei 2006. Het beroep is op 15 februari 2007 behandeld ter zitting. Namens eiseres zijn daar de vennoten verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. R.E. van der Kamp. II. Overwegingen 1. Op 13 maart 2005 hebben drie inspecteurs van de Arbeidsinspectie een bezoek gebracht aan het , gevestigd aan de te In hun rapport over dit bezoek hebben zij geconstateerd dat in het restaurant drie vreemdelingen illegaal tewerk zijn gesteld. 2. Bij brief van 12 september 2005 heeft verweerder eiseres op de hoogte gesteld van zijn voornemen haar een boete op te leggen wegens drie overtredingen van artikel 2, eerste lid van de Wav. Nadat eiseres haar zienswijze op dit voornemen kenbaar had gemaakt, heeft verweerder in het primaire besluit van 20 oktober 2005 eiseres een boete opgelegd van ˆ 24.000 (3 x ˆ 8.000,-). In het bestreden besluit handhaaft verweerder zijn standpunt, 3. Punt van geschil is of verweerder het bestreden besluit zorgvuldig heeft voorbereid en r\C—r\t-ir\t\n u.m DOC. No.031 06.04.'07 14:41 ID:VERMAAT & DE B0GT1 ADV. FAX:0180619150 PftGS. 4/ 6 AWB nummer 06/678 blad 2 voldoende heeft gemotiveerd. Niet in geschil is dat eiseres als werkgever moet worden beschouwd en dat de drie betrokken personen vreemdeling zijn in de zin van de Vreemdelingenwet 2000. 4. Verweerder stelt dat eiseres artikel 2, eerste lid van de Wav heeft overtreden. Verweerder gaat ervan uit dat twee mannelijke vreemdelingen werkzaamheden verrichtten in de keuken en dat een vrouwelijke vreemdeling bediende in het restaurant» terwijl geen van drieen beschikte over een tewerkstellingsvergunning. Per aangetroffen vreemdeling is een boete van ˆ 8.000,- aan eiseres opgelegd conform de Beleidsregels boeteoplegging Wav. Verweerder ziet geen aanleiding om de boete te matigen of in te trekken op grond van artikel 4:84 van de Awb. 5. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid. Eiseres betwijfelt of er sprake is van arbeid door de vreemdelingen die aanwezig waren in de keuken. De vennoten hebben de mannen in de keuken binnengelaten vanwege humanitaire redenen. Hun verklaringen komen niet overeen met de verklaringen van de vennoten. De derde vreemdeling, die bediende in het restaurant, zou de vereiste papieren nog overhandigen, maar dat was nog niet gebeurd. De vennoten hebben ten opzichte van haar te goeder trouw gehandeld. Subsidiair voert eiseres aan dat verweerder ten onrechte voorbij is gegaan aan het verzoek tot matiging van de boete op grond van proportionaliteit en evenredigheid. Gezien de hoogte van het bedrijfsresultaat op jaarbasis (ˆ 22.000,-) is de boete onevenredig. De vennoten zijn daarbij persoonlijk aansprakelijk. Verweerder had moeten ingaan op de bijzondere omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd. 6. De rechtbank overweegt het volgende. 7. Artikel 2, eerste lid, van de Wav luidt "Het is een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning". Artikel 18, eerste lid, van de Wav bepaalt ander meer dat als beboetbaar feit wordt aangemerkt het niet naleven van artikel 2, eerste lid. Artikel 18a Wav luidt - voor zover hier van belang -: "1. Beboetbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. 2. Indien een beboetbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, kan de boete worden opgelegd aan: 1ffi. de rechtspersoon, of 2ffi. degene die opdracht heeft gegeven tot een handelen of nalaten waardoor in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit deze wet is gehandeld alsmede tegen hem die feitelijke leiding heeft gegeven aan die gedraging, of 36. de onder 1ffi en 2ffi genoemde tezamen. 3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt met een rechtspersoon gelijkgesteld: 1ffi. de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid". Ingevolge artikel 19a, eerste lid, van de Wav legt een daartoe door de minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar namens hem een boete op aan degene op wie de verplichtingen rusten, welke voortvloeien uit deze wet, voor zover het naleven nc-ru-srin? IAJAH mortctqiRn qcv P nriA DOC. No.031 06.04.-07 14:42 ID:VERT1AAT & DE BOOM ADV. FAX=0180619150 PAGS. AWB nummer: 06/678 blad 3 daarvan is aangeduid als een beboetbaar feit Ingevolge arrikel an 19d, derde lid, van de Wav stelt de Minister beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de beboetbare feiten worden vastgesteld. Blijkens de Memorie van Toelichting bij de Wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met invoering van bestuursrechtelijke handhaving (Kamerstukken Tweede Kamer 2003-2004, 29 523, nrJ, p. 1) zijn de voorschriften in de Wav gegeven ter bestrijding van: 1. verdringing van legaal arbeidsaanbod in Nederland en de Europese Economische Ruimte op de arbeidsmarkt; 2. overtreding van normen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden, die kan leiden tot uitbuiting van de illegaal tewerkgestelde vreemdelingen en 3. concurrentievervalsing binnen een sector, waardoor de bedrijfsvoering van bonafide werkgevers wordt geschaad- Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. 8. De inspecteurs van de Arbeidsinspectie hebben drie vreemdelingen in het bedrijf van eiseres aangetroffen die daar aan het werk waren zonder tewerkstellingsvergunning. De vreemdelingen hebben dat in hun verklaring bevestigd. Ook uit de verklaring van de vennoten komt naar voren dat de betrokkenen aan het werk waren zonder in het bezit te zijn van een tewerkstellingsvergunning. Het gegeven dat de twee vreemdelingen in de keuken eten hebben gekregen doet geen afbreuk aan het feit dat zij in de keuken ook arbeid hebben verricht Voorts hebben de vennoten verzuimd de papieren van de serveerster te controleren alvorens haar aan hei werk te laten gaan. Gelet op het voorgaande staat vast dat eiseres artikel 2, eerste lid van de Wav heeft overtreden en dat sprake is van drie beboetbare feiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de overtredingen eiseres niet mogen worden toegerekend en de rechtbank vennag ook nier in te zien dat de Arbeidsinspectie nog meer had moeten onderzoeken. Van strijd roet het zorgvuldigheidsbeginsel is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. 9. Verweerder heeft de boete opgelegd conform de Beleidsregels Boeteoplegging Wav van 21 november 2005 (Stort 2005, nr. 232). Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze beleidsregels niet onredelijk. De rechtbank onderschrijft de opvatting van verweerder dat bij het vaststellen van de beleidsregels reeds een belangenafweging heeft plaatsgevonden. In beginsel moeten de gehanteerde normbedragen dan ook evenredig geacht worden in verhouding tot de met de Wav te dienen doelen. 10. Van bij2ondere omstandigheden die aanleiding zouden kunnen zijn om met toepassing van artikel 4:84 van de Awb de opgelegde boete te matigen is de rechtbank niet gebleken. Dat de overtredingen eiseres kunnen worden toegerekend, is hierboven al in overweging 8 al uiteengezet De financiele positie van de vennootschap, voor zover die zou zijn af te leiden uit de jaarstukken van 2004, is geen bijzondere omstandigheid. De stelling dat de vennoten persoonlijk aansprakelijk zijn, kan evenmin gewicht in de schaal leggen. In dit verband wijst de rechtbank erop dat, gelet op artikel 18, derde lid, van de 06-04-2007 14:40 0180619150 96% DOC. No.031 06.04. '07 14:42 !D:VERmAT & DE BOOM ADV. FAX:0180619150 PAGS. 6/ 6 AWB nummer: 06/678 blad 4 Wav, de wetgever bij de boeteoplegging geen onderscheid heeft willen maken tussen een besloten vennootschap en een vennootschap onder firma. Het geheel overziende verwerpt de rechtbank de stelling van eiseres dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. 11. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. UI Uitspraak De Rechtbank Middelburg verklaart het beroep ongegrond. ,\ h Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 2 6 FEB 2OO7 ier. door mr. G.H. Noraes, in tegenwoordigheid van mr MD. Bezemer-Kralt, grim Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen. i Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 2001912500 EK 'S- Gravenhage, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspr Afschrift verzonden op: 2 6 FEB 2 jvOOacOPit CONFORM Eo ! 06-04-2007 14:41 0180619150 95* P.006 DOC. No.031 06.04.'07 14:41 OVERMAAT & DE BOOM ADV. FAX:0180619150 PAGS. 1/ 6 Vermaatfl^e Boom Advocaten Mr D.\fenflA»l Zowel per post als per telefax: 070-365 13 80 Mw. Mr P. de Boom Raad van State MrM.Bouro&n Postbus 20019 Mw. Mx M.J. Bifischop-Roodbeen Mw. Mz H. van Hftgfcdtu-Fioun 3DtT EA 's-GRAVENHAGE Mw. Mr A.J.C. Nuijien RAAD VAN STAdt Mw. Mr IL Vraroans INGEKOMEN 'VaAnparkP Landen 2 r 6 APR 2007 2993 LA fiarendrechi ZAAKNR 200^-Q 1h &TF Fostboa71 2990 AB B&rendrecht AAN: Vj BEHANDELD: DD: PAR: -BaTCfl Idrecht, 6 april 2007 Telefoon: 0180-61 1168 Telefax: 0180-619160 E-mail: Advae&[email protected] Internet: wwm.Vennaat-DeBoom.nl Geachte heer/mevrouw, inzake: /Arbeidsinspectie, hoeer beroep: onze ref 8512/DV/DH Bijgaand doe ik u een hoger beroepschrift op nader aan te voeren gronden toekomen, met het verzoek dit in behandeling te nemen. Tk hoop u hiermee voldoende te hebben gednformeerd. Hoogachtend, D. Vermaat t:\DV\AS12rv* doe Uatnwi ft Di toom JL^mnfi ia da hmdaUn—m V*A Vnnui Advooumi B.V. OpoxaehMH woMeb tutalmtaad aaxivMrd *S «nganoxd door Umuit A4ML*t«a BV ea «o» o*«ttwoip«a Mn ds A]g*n«no Vborauidon, ovdapenMia IN gnf&aun do mcdubaak KstiMOUft. Ee Rjn ook Kt radan op UIMMI *«n.*aR&*Md*booa.*l. tn «• AlqejaonaTfomwrd*» w «odar moet bapaald «*i aa «u^nfcnhjkhaid u baparin u baj badxae dat ond«r d. bM»*p*AUupra]BalijUMidnBU*kMUtg »•* da b.w. woi-il uift»l**W, EO» wwimpUw u dax «oarMaaroen ui op HDU v*«oe* wortMt ittflHWflnn tvX fcotiordaia 24U1S33. 06-04-2007 14:39 0180619150 96% P.001 DOC. No.031 06.04.'07 14:41 ID:VERT1AAT S DE BOOM ADV. FAX:0180619150 PftGS. Zs 6 •& Advocaten Hoger beroepschrift tegen nader aan te voeren Raad van Sta ie gronden Postbus 20019 2500 EA 's-GRAVENHAGE GEVEN EERBIEDIG TE KENNEN: De heer en mevrouw wonende te aan de zaakdoende u aan de , tezamen vormend de te dezer zake woonplaats kiezende te Barendrecht aan het adres Londen nr. 2,2993 LA, ten kantore van de advocaat en procureur Mr D. Vermaat, die door appellanten tot gemachtigde wordt gesteld, met het recht van substitutie en die als zodanig in rechte zal optreden. 1. Op of omstreeks 20 oktober 2005 heeft de Arbeidsinspectie aan appellanten een boete opgelegd van ˆ 24.000,-. Tegen deze beschikking hebben appellanten op 30 november 2005 bezwaar aangetekend. 2. Op of omstreeks 1 mei 2006 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het bezwaarschrift van appellanten ongegrond verklaard. 3. Tegen deze beslissing van de Staatssecretaris hebben appellanten op 12 juni 2006 beroep aangetekend mj de Rechtbank Middelburg. 4. Op 26 februari 2007 heeft de Rechtbank Middelburg het beroep ongegrond verklaard. Een afschrift van de uitspraak treft u hierbij als productie aan. 5. De gronden van het hoger beroep zullen door appellanten zo snel mogelijk worden aangevuld. REDENEN WAAROM: appellanten zich wenden tot de Raad van State met het verzoek de uitspraak d.d. 26 februari 2007 ie herzien en te bepalen dat aan appellanten geen boete, danwei een zeer gematigde boete, wordt opgelegd. Barendrechi, 6 april 2007 gemachtigde Deze zaak wordt behandeld door Mr D. Vermaal, Vermaat &. De Boom Advocaten, Postbus 71, 2990 AB, Barendrecht. Telefoonnummer: 0180-611188. Faxnummer 0180-619150. 06-04-2007 14:39 0180G19150 96* P.002 VermaatwDe Boom Advocaten Mr D. Vermaal Zowel per post als per telefax: 070-365 13 80 Mw. Mr P. de Boom Raad van State Mr M. Bouman Postbus 20019 Mw. Mr M J. Bisschop-Roodbeen Mw. Mr H. von Hegedus-Faouzi 2500 EA 's-GRAVENH^ GE?A;\D \ Mw. Mr A.J.C. Nuijten M w. Mr R. Vromans f/U c^O 0 9 KEI X? 'Vaanpark I' Londen 2 2993 LA Barendrecht Postbus 71 .BEHANDElftQQ; 2990 AB Barendrecht __ FA3:1 Barendrecht, 8 mei 2007 Telefoon: 0180-61 1188 Telefax: 0180-619150 E-mail: [email protected] Internet: www.Vermaat-DeBoom.nl Geachte heer/mevrouw, inzake: /Arbeidsinspectie, hoeer beroep; onze ref. 8512/DV/DH Bijgaand doe ik u de nadere gronden met betrekking tot het hoger beroepschrift op nader aan te voeren gronden (gedateerd 6 april 2007) toekomen, met het verzoek deze in behandeling te nemen. Ik zend u deze gronden zowel per fax (zonder producties) als per post (met producties). Ik hoop u hiermee voldoende te hebben gednformeerd. D. Vermaat I:\DV\85l2rvs2 .doe Vennaat & De Boom Advocaten ia de handelsnaam van Vermaal Advocaten B.V. Opdrachten miden oitaloiiend aanvaard en uitgevoerd door Vermaal Advocaten B.V. en djn onderworpen aan de Algemene Voorwaarden, gedeponeerd ter griffie van de rechtbank Rotterdam. Ze rijn ook te vinden op internet www.vermaat-deboom.nl. In de Algemene Voorwaarden la onder meer bepaald dat d« aansprakelijkheid to beperkt tot het bedrag dat onder de beroepsaansprakelijkheidsverxekerdng van da b.v. wordt uitbetaald. Een examplaar van deze voorwaarden aal op eerste verzoek warden toegezonden. K.v.K. Rotterdam 24381323. Ll:V:.i v/": ""^T-" :m.. 0 9 MEf ?;;; Advocaten Nadere gronden Raad van State Postbus 20019 Kenmerk: 200702488/1/V6 2500 EA 's-GRAVENHAGE GEVEN EERBIEDIG TE KENNEN: De heer en mevrouw , wonende te aan ] zaakdoende te aan 1 tezamen vormend de vennootschap onder firma. te dezer zake woonplaats kiezende te Barendrecht aan het adres Londen nr. 2, 2993 LA, ten kantore van de advocaat en procureur Mr. D. Vermaat, die door appellanten tot gemachtigde wordt gesteld, met het recht van substitutie en die als zodanig in rechte zal optreden. GRIEVEN GRIEF I 1. Ten onrechte heeft de rechtbank overwogen dat appellanten in strijd met artikel 2 lid 1 Wav hebben gehandeld. Toelichting: 2. De rechtbank heeft overwogen dat de drie vreemdelingen arbeid hebben verricht zonder dat zij beschikten over een tewerkstellingvergunning. In dat kader zou de Arbeidsinspectie de drie vreemdelingen aan het werk hebben aangetroffen. 3. Dit is onjuist. Appellanten hebben niets anders gedaan dan twee vreemdelingen vanwege humanitaire redenen van voedsel te voorzien. Van arbeid in de zin van de Wav was geen sprake. De twee vreemdelingen hebben wel gevraagd om arbeid, doch hierop hebben appellanten uitdrukkelijk geantwoord dat zonder een tewerkstellingvergunning zij geen arbeid konden verricht. Vi) m. Advocaten Pagina 2 1 Bezwaarschrift inzake ^Gemeente Leiden Vgl. productie 1 (verklaring "(—) I" het restaurant vertelde men mij dat ik zonder status niet aan werk zou komen." 4. Voorts betreft het een klein restaurant, dat wordt gerund door de heer ' en zijn echtgenote mevrouw . Bij grote drukte krijgen zij hulp van de vader van de heer" De omvang van het restaurant is zodanig dat er helemaal geen behoefte was of is aan personeel, anders dan iemand die helpt bij de bediening. Er was dan ook helemaal geen reden om de twee mannen die aanwezig waren in de keuken in te schakelen voor het verrichten van arbeid. Hiervan was ook geenszins sprake. Zoals gezegd: appellanten hebben de twee vreemdelingen slechts in hun keuken gelaten om humanitaire redenen. Niets meer en niets minder. Vgl. productie 1 (verklaring de heer "Ik was aan het wachten op eten in de keuken. Ik heb niets voor de eigenaar kunnen doen. (...) In het restaurant werd van mij geen tegenprestatie verwacht.'''' Vgl. productie 2 (verklaring de heer "Ik heb niet gewerkt. Ik stond wel in de keuken, maar was niet aan het werk" 5. Kortom: van arbeid in de zin van artikel 2 lid 1 Wav was geenszins sprake. Appellanten hebben dan ook geenszins in strijd met voornoemd artikel gehandeld. GRIEF II 6. Ten onrechte heeft de rechtbank overwogen dat de vreemdelingen zouden hebben bevestigd dat zij aan het werk waren zonder tewerkstellingsvergunning. Toelichting 7. De vreemdelingen hebben juist verklaard dat zij niet aan het werk waren voor appellanten. Zo verklaart vreemdeling. (vgl. productie 2): dB. Advocaten Pagina 3 Bezwaarschrift inzake Gemeente Leiden "(...) Ik heb niet sewerkt. Ik stond wel in de keuken, maar was niet aan het werk. Als u aan mij vraagt dat er tien a twaalf pannen op het vuur stonden en er maar een persoon aan het koken en of dat mogelijk is, kan ik u geen antwoord geven. Ik ben geen kok. " (onderstreping: DV) 8. Vreemdeling verklaart als volgt (vgl. productie 1): "Ik ben sinds een maand in Nederland. Ik ben met de trein naar Boskoop gegaan. In het restaurant vertelde men mij dat ik zonder status niet aan werk zou komen. Ik was aan het wachten op eten in de keuken. Ik heb niets voor de eisenaar kunnen doen. Over de vrouw die bij mij in de politiebus zat, uit het restaurant, kan ik u niets vertellen. Ik heb geen paspoort. Ik ben vanuit Frankrijk naar Nederland gekomen. In dit restaurant werd van mij seen tegenprestatie verwacht. De vlekken op mijn kleding, de geur van Chinees eten en de brandplekken op mijn armen, verklaar ik doordat ik in Chinese restaurants in heb gewerkt en deze kleding aangehouden heb. Ik dacht dat ik in deze kleding meer kans op werk zou hebben. " (Onderstreping: DV) 9. Voorts verklaart vreemdeling (vgl. productie 3): "(...) Als u mij zegt dat ik achter de balie stond klopt dit niet, ik stond ernaast. Als u zegt dat ik iets weglegde toen u binnenkwam klopt dit niet. Ik ben weggelopen omdat ik geen problemen wilde. Dat ik een zwarte pantalon en witte kousen aanheb en een blouse aanheb wil noe niet zessen dat ik sewerkt heb . Die kleren heb ik gekregen. Al mijn andere kleren liggen in het restaurant." (onderstreping: DV) 10. Zoals gezegd, hebben de vreemdelingen aldus verklaard dat zij juist geen arbeid hebben verricht voor appellanten. Advocaten Pagina 4 • Bezwaarschrift inzake /Gemeente Leiden GRIEF III 11. Ten onrechte heeft de rechtbank overwogen dat uit de verklaring van de vennoten naar voren zou komen dat de betrokkenen aan het werk waren zonder in het bezit te zijn van een tewerkstellingsvergunning. Toelichting: 12. Appellanten hebben juist betwist dat de vreemdelingen bij hun aan het werk waren. Gelet op de omvang van het restaurant was er ook geen behoefte aan nadere hulp. In dat kader wordt verwezen naar het gestelde sub 4. 13. Voorts hebben appellanten juist verklaard dat de desbetreffende vreemdelingen geen werkzaamheden behoefden te verrichten. Mevrouw verklaart het navolgende (vgl. productie 4): "Als u zegt dat er vier mensen in de keuken waren, dan heeft u dat niet goed gezien. De twee mensen waarvan ik weet dat zij in de keuken waren, naast de kok, mochten bij ons eten. Verder hebben wij tegen ze gezegd dat ze niets hoefden te doen. U zegt mij dat u deze mensen heeft zien werken. Ik heb niet tegen ze eezeed dat ze moesten helpen. Waarschijnlijk hebben ze gedacht even een handje te helpen, maar dat heb ik ze niet gevraagd. Deze mensen kwamen langs en vroegen of wij ze konden helpen. Wij hebben ze onderdak aangeboden en een bord eten. Hiervoor hoeven ze niets terug te doen. " (onderstreping: DV). 14. Uit deze verklaring blijkt niet dat appellanten hebben bevestigd dat de vreemdelingen aan het werk waren. Appellante heeft slechts gereageerd op de verklaring van de ambtenaren van de Arbeidsinspectie, die zeiden dat ze aan het werk waren. Zij heeft slechts gezegd dat indien dat het geval was, dat niet de bedoeling was. jddvocateji Pagina 5 ' Bezwaarschrift inzake [/Gemeente Leiden GRIEF IV 15. Ten onrechte overweegt de rechtbank dat er geen sprake is van schending van het zorgvuldigheidsb eginsel. Toelichting: 16. Appellanten menen dat het zorgvuldigheidsbeginsel wel degelijk is geschonden, nu er geen nader onderzoek heeft plaatsgevonden naar de vraag of de twee vreemdelingen die in de keuken werden aangetroffen ook daadwerkelijk aan het werk waren. Dit klemt temeer nu vaststaat dat deze vermeende "arbeidskrachten" volkomen overbodig waren gezien de omvang van het restaurant en de hoeveelheid aanwezigen op dat moment in het restaurant zelf. Er is kortom geen serieus onderzoek gedaan. Het had op de weg van de Arbeidsinspectie gelegen de feiten en omstandigheden nader te onderzoeken voordat zij tot een beslissingen zouden zijn gekomen. GRIEF V 17. Ten onrechte overweegt de rechtbank dat de financiele positie van de vennootschap, voorzover die zou zijn af te leiden uit de jaarstukken van 2004, geen bijzondere omstandigheid is die tot een matiging van de opgelegde boete zou moeten leiden. Toelichting: 18. De opgelegde boete is hoger dan het jaarinkomen dat appellanten genieten uit de inkomsten van het restaurant. Immers, zoals gesteld bedraagt het jaarresultaat van de onderneming van appellanten slechts EUR 22.000,00. Ten onrechte heeft de rechtbank het beroep op proportionaliteit van de opgelegde sanctie, in dit bijzondere geval, verworpen. Indien appellanten gehouden zouden zijn de boete ad EUR 24.000,00 te betalen, zal de onderneming hierdoor in de financiele problemen geraken waarbij tevens gevreesd dient te worden voor het faillissement van de onderneming. Vd) Advocaten Pagina 6 Bezwaarschrift inzake /Gemeente Leiden CONCLUSIE: Appellanten concluderen tot gegrondverklaring van het hoger beroep, tot vernietiging van de bestreden uitspraak van de Rechtbank Middelburg d.d. 26 februari 2007, tot vernietiging van het besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 mei 2006 en met veroordeling van verweerder in de kosten van deze procedure. Barendrecht, 8 mei 2007 { IQ B^^^ ^J gemachtigde Deze zaak wordt behandeld door Mr D. Vermaat, Vermaat & De Boom Advocaten, Postbus 71, 2990 AB, Barendrecht. Telefoonnummer: 0180-611188. Faxnummer: 0180-619150.