Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200703604/1

Uitspraak 200703604/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BB8910
Datum uitspraak
28 november 2007
Inhoudsindicatie
Op 22 mei 2006 heeft de officier van justitie van het arrondissementsparket Zwolle-Lelystad (hierna: de officier van justitie) appellant in kennis gesteld van zijn beslissing hem niet (verder) te vervolgen omdat er onvoldoende wettig bewijs is.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200703604/1.
Datum uitspraak: 28 november 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 06/1992 van de rechtbank
Zwolle-Lelystad van 19 april 2007 in het geding tussen:

appellant

en

de officier van justitie van het arrondissementsparket Zwolle-Lelystad.

1. Procesverloop

Op 22 mei 2006 heeft de officier van justitie van het arrondissementsparket Zwolle-Lelystad (hierna: de officier van justitie) appellant in kennis gesteld van zijn beslissing hem niet (verder) te vervolgen omdat er onvoldoende wettig bewijs is.

Bij uitspraak van 19 april 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank) het door appellant tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 22 mei 2007, bij de Raad van State ingekomen op 24 mei 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 27 juni 2007 heeft de officier van justitie van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 oktober 2007, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. K.D. Regter, advocaat te Lelystad, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:6, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) zijn de hoofdstukken 2 tot en met 8 en 10 van deze wet niet van toepassing op de opsporing en vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen.

2.2. Het hoger beroep strekt ertoe te betogen dat de toekenning van een sepotcode als afzonderlijk besluit van het besluit om niet (verder) te vervolgen moet worden onderscheiden. Dit betoog slaagt niet. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de vermelding van een sepotcode niet meer is dan de motivering van het besluit om niet (verder) te vervolgen. Nu het schrijven van appellant van 29 juni 2006 zich uitsluitend richtte tegen de motivering van het besluit om niet (verder) te vervolgen, welk besluit moet worden aangemerkt als een vervolgingsbesluit als bedoeld in artikel 1:6, aanhef en onder a, van de Awb, valt niet staande te houden dat de officier van justitie dit schrijven ten onrechte niet als een bezwaarschrift waarop binnen de in de Awb vastgelegde termijn moest worden beslist heeft opgevat. De rechtbank heeft derhalve met juistheid geoordeeld dat van een niet tijdig beslissen op een ingediend bezwaar geen sprake is geweest en heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Smissen, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Van der Smissen
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2007

419.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon