Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200704256/2

Uitspraak 200704256/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BB0764
Datum uitspraak
23 juli 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 juni 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dronten (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van drie windmolens op het perceel [locatie] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200704256/2.
Datum uitspraak: 23 juli 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Windpark Kubbeweg B.V.", gevestigd te Biddinghuizen, gemeente Dronten,
verzoekster,

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 06/2712 en 07/760 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 juni 2007 in het geding tussen:

verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Dronten.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 juni 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dronten (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van drie windmolens op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 12 december 2006 heeft het college het door verzoekster daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 juni 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad, voor zover thans van belang, het door verzoekster daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd, het door verzoekster gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 20 juni 2007, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 29 juni 2007.
Bij brief van 29 juni 2007, bij de Raad van State ingekomen op 1 juli 2007, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 juli 2007, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. A.M.C. Marius-van Eeghen, advocaat te Den Haag, is verschenen.
Voorts is als partij gehoord vergunninghouder, vertegenwoordigd door mr. ing. A.P.J. Timmermans.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De vraag of verzoekster belanghebbende is bij het besluit van 14 juni 2006 in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht leent zich minder goed voor beantwoording in deze procedure. Hetgeen verzoekster heeft aangevoerd, geeft op voorhand evenwel geen aanleiding voor het oordeel dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling en bouwvergunning niet mochten worden verleend. Gelet hierop en op het financiële belang van vergunninghouder bij de bouw van de drie windmolens, ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.3. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Van Roessel
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2007

457.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon