Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200607028/1

Uitspraak 200607028/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA9293
Datum uitspraak
11 juli 2007
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 6 september 2006, in zaak no. 200600857/1, heeft de Afdeling, beslissend op het hoger beroep van verzoeker sub 2, de uitspraak in zaak nr. AWB 04/618, van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 december 2005 bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.
  • Herziening
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200607028/1.
Datum uitspraak: 11 juli 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

1. mr. M. Spaa, kantoorhoudend te Den Haag, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Familia Maxima B.V.", gevestigd te Den Haag
2. de stichting "Stichting Stedebouw en Stadsherstel", gevestigd te Den Haag,
verzoekers,

om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht) van de uitspraak van de Afdeling van 6 september 2006, in zaak no. 200600857/1.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 6 september 2006, in zaak no. 200600857/1, heeft de Afdeling, beslissend op het hoger beroep van verzoeker sub 2, de uitspraak in zaak nr. AWB 04/618, van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 december 2005 bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 18 september 2006 hebben verzoekers de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht. Verzoekers hebben nadere stukken opgestuurd bij brieven van 1 oktober, 3 oktober, 3 november, 8 november, 12 november, 22 november, 28 november, 30 november, 4 december, 6 december, 12 december, 14 december 2006 en 2 januari, 5 januari, 8 januari, 12 januari, 15 januari, 30 januari, 31 januari, 2 februari, 12 februari, 13 februari, 19 februari, 23 februari, 2 maart, 5 maart, 6 maart, 8 maart, 12 maart, 19 maart, 22 maart, 2 april, 3 april, 4 april, 5 april, 6 april, 10 april, 11 april en 12 april 2007.

Bij brief van 6 november 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college) van antwoord gediend.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 april 2007, waar verzoekers, vertegenwoordigd door [bestuurder], en het college, vertegenwoordigd door mr. K.T.B. Salomons, advocaat te Den Haag, en mr. J. Schmal, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.2. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt. Volgens artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kunnen alleen partijen een verzoek tot herziening indienen. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht was verzoekster sub 2 geen partij. Daarom zal haar verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.3. Verzoeker sub 1 heeft aan het verzoek tot herziening ten grondslag gelegd dat hij op grond van de Wet openbaarheid van bestuur beschikking heeft gekregen over documenten waaruit zou blijken dat het college ten onrechte aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Familia Maxima B.V." (hierna: Familia Maxima) een vergunning heeft geweigerd voor de exploitatie van een kindercentrum aan de Jan van Nassaustraat 115. Uit de documenten, waaronder zogeheten Beroepsbegeleidende leerweg-ontheffingen (hierna: BBL-ontheffingen) van andere kindercentra en de aanvragen daarvoor, en lijsten van BBL-ers die werkzaam waren in die andere kindercentra, zou volgens verzoeker blijken dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel wel met terugwerkende kracht BBL-ontheffingen aan andere kindercentra heeft verleend.

2.3.1. Niet in geschil is dat [bestuurder], als toenmalig bestuurder van Familia Maxima, reeds in 2003 over de lijsten met BBL-ontheffingen van andere kindercentra beschikte. Niet valt in te zien dat de door verzoeker sub 1 overgelegde documenten, die betrekking hebben op deze lijsten, niet eerder door hem, dan wel zijn rechtsvoorgangers, hadden kunnen worden opgevraagd bij het college. Dat verzoeker sub 1 niet tijdig vóór de behandeling van de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht, ervoor heeft gezorgd dat hij kon beschikken over de door hem overgelegde documenten, dient voor zijn rekening te komen. Daarom kan niet worden geoordeeld dat deze documenten en de daarin vervatte feiten en omstandigheden redelijkerwijs niet vóór die uitspraak bij verzoeker sub 1 bekend konden zijn.

2.4. Gelet op het vorenstaande is geen sprake van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, en dient het verzoek van verzoeker sub 1 te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het verzoek voor zover ingediend door verzoekster sub 2 niet-ontvankelijk;

II. wijst het verzoek ingediend door verzoeker sub 1 af.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, en mr. W.D.M. van Diepenbeek en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Können, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Können
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2007

301-512.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon