Uitspraak 200606603/3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2007:1852
- Datum uitspraak
- 4 juni 2007
- Inhoudsindicatie
- Bij faxbericht, bij de Raad van State ingekomen op 3 juni 2007, om 23:01 uur, heeft ing. A.M.L. van Rooij als gemachtigde van verzoekster verzocht om wraking van mr. J.H. van Kreveld, mr. J. Schaafsma en mr W. Sorgdrager, Voorzitter respectievelijk Leden van de meervoudige kamer (hierna: de staatsraden), belast met de behandeling van de zaak no. 200606603/1 in het geding tussen onder meer verzoekster en het college van gedeputeerde staten van Groningen.De openbare behandeling ter zitting van deze zaak is bepaald op 4 juni 2007, om 11:00 uur.
- Wraking
- Afval
Toon inhoud
200606603/3.
Datum beslissing: 4 juni 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.
1. Procesverloop
Bij faxbericht, bij de Raad van State ingekomen op 3 juni 2007, om 23:01 uur, heeft ing. A.M.L. van Rooij als gemachtigde van verzoekster verzocht om wraking van mr. J.H. van Kreveld, mr. J. Schaafsma en mr W. Sorgdrager, Voorzitter respectievelijk Leden van de meervoudige kamer (hierna: de staatsraden), belast met de behandeling van de zaak no. 200606603/1 in het geding tussen onder meer verzoekster en het college van gedeputeerde staten van Groningen.
De openbare behandeling ter zitting van deze zaak is bepaald op 4 juni 2007, om 11:00 uur.
De staatsraden hebben niet in de wraking berust.
De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op de eerst volgende werkdag in behandeling genomen en verzoekster en de staatsraden overeenkomstig de in het belang van een goede procesgang gevoerde bestendige praktijk in de gelegenheid gesteld op genoemde datum en tijdstip, waarop de openbare behandeling van de zaak ter zitting was bepaald, op het wrakingsverzoek te worden gehoord.
Verzoekster en de staatsraden hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Bij mondelinge beslissing van 4 juni 2007 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen.
De Afdeling heeft daartoe als volgt overwogen.
In haar verzoekschrift heeft verzoekster geconcludeerd dat sprake is van een belangenverstrengeling tussen de staatsraden en bedrijven als het bedrijf waaraan de door haar in de hoofdzaak bestreden revisievergunning is verleend, waardoor onvoldoende is gewaarborgd dat de staatsraden een objectief oordeel zullen geven over haar beroep. Voor de juistheid van deze conclusie biedt het verzoekschrift geen enkel aanknopingspunt. Ook verder zijn er in het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden te ontwaren waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, althans dat de bij verzoekster dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
De bezwaren van verzoekster leveren derhalve geen grond voor wraking op.
Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, Voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.H.M. van Altena, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Hanrath
Voorzitter ambtenaar van Staat
392.